maandag 28 mei 2007

Time flies en we hebben lol…

We zijn alweer ruim 4 weken onderweg. Intussen is het leven op reis al bijna vanzelfsprekend. De social-talks op de camping, met name bij de afwas, herinneren ons eraan wat een luxe het is om 3 maanden weg te zijn. O ja, het is niet vanzelfsprekend en ook nog eindig! Het gemak waarmee het nu gaat, neemt niet weg dat we volop genieten; van het 'niets moeten', het buiten leven, de omgeving, maar vooral ook van ons vieren. Eigenlijk zijn we wel trots als we Dieuwke hele verhalen horen houden tegen onze Nederlandse buren. Zij zijn nu voor Dieuwke even een vervanging van de opa's en oma's en andersom is Dieuwke dat voor hun kleinkinderen. Ze genieten er duidelijk allemaal van en hebben grote lol. De grenzen zijn ook duidelijk: na een tijdje komt Dieuwke bij ons terug met de mededeling 'de buren gaan nu even een boekje lezen en vanmiddag mag ik weer even bij ze op bezoek komen'. Tijmen steelt op terrassen, in winkels en op de campings behoorlijk de show met zijn blonde krullen, donkere ogen en intussen flink gebruinde huid. En, hij weet wel hoe hij de aandacht moet trekken, het 'flirten' zit er al vroeg in.


Dieuwke geniet vooral van het zwembad. Het gaat met zwemmen zo goed, dat we de zwembandjes weg gedaan hebben en ze nu met kurkjes om zwemt. Ze is niet uit het water te slaan. Als de rest er al tijden uit is, beweert zij klappertandend dat ze het helemaal niet koud heeft en er zeker niet uit wil. Tijmen doe je een groter plezier met het strand. Geweldig zo'n grote zandbak. De serieuze pogingen van papa om echte kastelen te bouwen, snapt hij niet zo; de kastelen worden snel weer geruïneerd. Eindeloos zand scheppen, in een emmertje, emmertje weer leeg, opnieuw zand erin, met een ander schepje, zand door je vingers laten lopen en op je benen gooien ('nee Tijmen, geen zand naar andere mensen gooien').



Water is er voor hem vooral om er stenen in te gooien. Helaas niet altijd even gecoördineerd, zodat we vrezen dat een steen hem of iemand anders nog wel eens zal raken.







We zitten nu nog steeds aan de Côte d'Azur. De afgelopen week is het heet geweest. Zoals verwacht is het ideaal om dan in de buurt van het strand en op een camping met zwembad te zijn. En eigenlijk gebeurt er dan niet zoveel. Daarom verkassen we zo nu en dan, puur voor de

verandering. Zo wilden we naar Cavalaire-sur-Mer. We hadden er al goede verhalen van gehoord, voordat Hans het in zijn reactie in deze blog vermeldde. We hadden de keuze gemaakt voor een camping even buiten het dorp, op 200 m van het strand. Volgens de campinggids staan er bordjes in het dorp naar de camping en er is geen duidelijk adres vermeld (Tomtom zegt meteen aan het begin van het dorp 'bestemming bereikt'). Helaas, we zien één bordje, maar daarna niets meer. We komen wel bordjes tegen van de camping van onze tweede keuze. Wat kunnen we anders doen dan naar die camping te gaan en van daaruit te zoeken naar de camping van onze voorkeur? Dus na één nacht breken we de boel weer op en rijden we 3 km verder. Dat is goed voor de statistieken van de gemiddelde afstand per rit! Dieuwke gelooft niet dat we er echt al zijn! Deze camping is veel meer naar onze zin. Staat veel meer in een 'natuurlijke' bergachtige omgeving, met veel lage bomen en struiken. De plaatsen zijn niet duidelijk afgebakend, hebben al helemaal geen nummer en de plekjes achter onze camper zijn uitsluitend voor tenten. Die zijn er nu niet, dus hebben we een zee van ruimte en eigenlijk altijd keuze uit schaduw of zon. Of nog beter, zo'n heerlijke Provençaalse mengvorm van door lage zuid-Franse boompjes gefilterd zonlicht. (We zouden graag schrijven 'Mediterrane olijfbomen' of nog exotischer, maar onze botanische kennis schiet hier tekort).

Gisteren begon het behoorlijk te waaien, en afgelopen nacht regende het zelfs een beetje. Vandaag is het wat kouder. Zo lang de zon schijnt is het lekker buiten (nog steeds in korte broek overigens), maar het avondeten doen we toch maar binnen. Weten we ook weer waarom we zo'n grote camper hebben gekocht. De voorspelling is dat het vanaf morgen weer warmer wordt.

We hebben nu het zuidelijkste puntje van onze reis bereikt. Woensdag draaien we de neus van de camper noordwaarts. Donderdag hebben we met de ouders van Windy afgesproken in de Franse Alpen, in de buurt van Annecy. Ze vieren een paar weken vakantie met ons mee. Peter 'moet' maandag voor een week even tussendoor naar Mexico. Dat lijkt nu heel onwerkelijk en ver weg, maar dat is volgende week al!

maandag 21 mei 2007

Côte d’Azure, een groot contrast, maar ook leuk

Intussen zijn we op een decadente camping beland, anderhalve kilometer van de kust. We hebben uitzicht op de baai waar de luxe jachten vanuit St. Tropez (spottend met ‘èz’ uitspreken) liggen te patsen. Inderdaad, een enorm contrast met vorige nacht. Van idyllische rust is hier weinig te merken. Gelukkig is er nog wel plaats voor ons. We komen ’s middags al op tijd aan en hebben de plekken voor het uitzoeken. Het zwembad is geweldig en met temperaturen van dertig graden in het vooruitzicht is het niet verkeerd strand, zee en zwembad in de buurt te hebben. Het koelt ’s nachts lekker af, zodat een airco echt niet nodig is.

Dieuwke probeert direct contact te maken met de engelse kindjes van de overkant en blijft maar repeteren ‘my name is Dieuwke’. Maar, een kwartier later is het toch iets geworden als ‘Ai meen is Dieuwke’. Op de vraag of de andere kindjes haar verstonden, antwoordt ze dan ook met ijzeren logica: ‘Nee, want die spreken Engels.’

France Passion: een stukje Afrika in Frankrijk

Waren de afgelopen dagen al relaxed, dan is dit nog een paar versnellingen terug. De eerste kennismaking met France Passion overtreft de verwachtingen: het huis van een wijnboer op tweehonderd meter afstand, het geluid van krekels en kikkers en de typische geur van Provençaalse kruiden. In dit landschap en met deze rust waan je je zo op de Afrikaanse savannen. Er is weinig fantasie nodig om in de veilige verte een leeuw te horen brullen. Dit is ‘wild’ kamperen op zijn best.

France Passion is de organisatie waarvan we lid zijn geworden, wat ons het recht geeft bij de aangesloten boeren op het terrein te overnachten (gratis). De sfeer compenseert het ontbreken van de luxe van een toiletgebouw met een (ruime) warme douche, gelegenheid om af te wassen, normale wc’s (tegenover de chemische in de camper, of de openlucht-wc), stroom voor de koelkast en waterkoker (nu allemaal op gas), een speeltuin en een zwembad. Als we zonder kinderen waren geweest waren er waarschijnlijk nog veel nachten ‘France Passion’ gevolgd.

En ach, waarvoor heb je nu een speeltuin nodig als je op expeditie kunt, om de wilde heuveltop dertig meter van de kampeerplek te bestijgen? Met Dieuwke als doortastende expeditieleidster, die luid kwebbelend de weg wijst tussen de prikkelstruiken door. Of met Tijmen, die het voortouw neemt in een familie-project: de bouw van een stenen fort waarvoor hij voortdurend met enorme keien sjouwt, en dat na wat bouwkundige aanpassingen van zijn zuster bij uitstek geschikt is om heksen in gevangen te zetten.


Enigszins dissonerend zijn de enige andere tijdelijke bewoners van deze idyllische plek: een stel contactgestoorde Belgen in een camper tien meter naast ons, die een uur na ons aankomen, niet groeten als ze langsrijden, laat staan dat er een ‘boe-of-bah’ af kan. Hooguit een lomp ‘ha’ tegen Dieuwke, dat haar blijkbaar zo afschrikt dat ze zich niet meer in hun buurt laat zien.

Het stoplicht heeft een vrije dag

Pas op, stoplicht. ‘Que? Hier? Hoezo, waar is dat nou voor nodig? … Mmm, het stoplicht knippert slechts, geen oponthoud dus … Aiai, wel een smal straatje, even opletten met overhangende balkons, met zo’n hoge camper … Slik, waarom moeten we die enorme Hymer nu net hier tegenkomen? … Als ik hem nu daar net voor die uitstekende muur op dat stoepje zet, lukt het misschien net. Maar dan moet die Landrover niet direct achter ons gaan staan … Tsjee, wat een stuurmanskunst, die vent in die Hymer … Ik zou dat niet doen, met zo’n apparaat van bijna twee ton … In Euro’s … Die vent moet vrachtwagenchauffeur zijn, anders manoeuvreer je hem niet zo met een paar millimeter speling … Shii-iiit, nog een grote camper …Pfieuw, hij kan hem net in die nis parkeren … Goed gezien van ‘m, dan kunnen we elkaar passeren … Wat doen die godvergeten eikels van automobilisten nou, ze rijden er gewoon langs … Ja, zo staat het dus echt vast … Wat doen we nu? Hoe lang gaat dit duren? Hoeveel auto’s gaan er nog komen? ... Als die auto naast ons nu nog een paar decimeter doorrijdt, dan kunnen we er misschien net langs … Eerst een stukje achteruit ... Hoe dicht staat die landrover achter ons? … Goed idee van Windy om even uit te stappen om te kijken …Gelukkig net genoeg ruimte om de uitstekende muur voorbij te komen … Wat wil Windy nu? … Nee … Nu niet instappen, het gaat hier omhoog, ik heb net vaart, en … O nee, daar komen weer twee campers aan … Big Mama Windy, zet hem op … Ja, precies, duw ze maar terug, hup achteruit jullie, de bult op, weg wezen, nu zijn wij … Yep, stap maar in, we zijn er langs … Kijk hier staat dat andere rotte andere stoplicht niet te werken … Nou mensen, succes, vooral jullie, met die joekels van campers … Of zouden ze dat ook van ons denken, omdat er nog meer van dit soort dorpjes komen…’

De Gorge du Verdon






We vertrekken op tijd weer van de camping (half elf vinden wij op tijd). De camping ligt aan het begin van de Gorge du Verdon, zodat we direct linksaf de kloof in draaien. Het is een toeristisch cliché van jewelste, maar dat is niet voor niets: de Gorge is overdonderend mooi. Zeker nu er nog weinig ander verkeer is kun je in je eigen tempo rijden, om alles goed te kunnen zien. Soms is de kloof zo smal dat een verkeersbord aangeeft verplicht te toeteren voordat je de onoverzichtelijke bocht neemt. Standaard is een dergelijke bocht uitgerust met een scherpe rotspunt, die als een blikopener klaarligt om een arme camper om te bouwen tot cabriolet. De ene keer rijden we naast de rivier, het volgende moment slingert die ver in de diepte. De rotswanden zijn adembenemend en herinneren ons aan studententijden, toen we regelmatig in Zuid-Frankrijk gingen klimmen. We zien nu echter niemand tegen de wanden geplakt en vragen ons af waar het eldorado voor klimmers in de Verdon is.

Langzaam wordt het drukker op de weg, maar we hadden erger verwacht op de zaterdag na hemelvaart. Er zijn vooral veel motoren en campers. Wel komen we twee keer indrukwekkende gendarmes tegen, zelfs opzichtig zwaarbewapend, maar wellicht is dat de gewoonte hier. Ach, en wie weet is de terrorismedreiging in de wereld buiten die van ons wel heel erg toegenomen. Nee, we hebben al tijden geen nieuws meer gehoord of gelezen; ook een typisch vakantieverschijnsel.

Lac Ste Croix, een bijna kunstmatig blauw meer, markeert het einde van de kloof. Dieuwke kan nog even water voelen; uitsluitend pootje badend, want het water is koud.

vrijdag 18 mei 2007

Hoog boven de Verdon

We zitten nog steeds op dezelfde camping. Morgen vertrekken we en dan proberen we het Franse 'kamperen bij de boer' uit. Dat betekent dat je met je camper op het terrein van een (wijn)boer mag staan voor één nacht, maar dan moet je wel volledig zelfvoorzienend zijn, dus geen toiletten, douches, stroom, en laat staan een zwembad. Wellicht is het meer op weg ernaar toe nog geschikt om te pootje-baden, zodat Dieuwke in ieder geval nog wat water voelt. Het plan is om zondagmiddag op een camping aan de kust te zitten; en dan vooral maar hopen dat het niet te druk is.

Vanmorgen hebben we een mooie fietstocht gemaakt, de Gorge du Verdon in. Bij een strakblauwe lucht is het stevig doortrappen omhoog (okay, en twee keer lopen voor Windy met Tijmen achterop). De smalle asfaltweg gaat na een tijdje over in iets onverhards, met grind en steeds grotere keien. Lang leve de noppen-banden. Maar het is de moeite waard. Een prachtig uitzicht op de Gorge, met ver in de diepte de Verdon en de weg die er omheen slingert. Zelfs Dieuwke merkte op dat ze het wel heel erg mooi vond en hier wil gaan wonen. De zitjes achterop hebben ingebouwde vering, dus bergaf zit Dieuwke joelend achterop als we van kei naar kei stuiteren. Het kan haar niet hard genoeg gaan. Terug op de camping is het zo warm dat we besluiten direct na de lunch het zwembad in te duiken. Tot grote vreugde van de 'jeugd'. Vooral Dieuwke krijgt echt geen genoeg van het water. Morgen 'nemen' we de Gorge met de camper, maar dan in zijn geheel. Gezien de voorpret van vandaag zal dat een mooie rit worden. Op naar de Cote d'Azur.

woensdag 16 mei 2007

Provençaals genieten

Gisteren zijn we vertrokken uit Vinsobres, richting de Verdon. Het is wel even moeilijk voor Dieuwke om afscheid te nemen van de vriendjes van de camping, wat haar ook weer herinnert aan de kindjes in de buurt en op school, die ze toch ook wel mist. Gelukkig is ze er ook snel weer overheen en verheugt ze zich op weer een nieuwe camping. Zonder erover na te denken weet ze dat dit onze zevende camping gat worden. Wijzelf hebben daar het plakboek voor nodig. Afgelopen maandag kregen we een paar enorme hoosbuien met onweer over ons heen, wat een prima gelegenheid bood om ons plakboek weer eens bij te werken. Zo houden we enigszins het overzicht van waar we geweest zijn.

De weg naar de Verdon is prachtig. Op de kaart lijkt het een ‘grote’ weg, de eerste categorie na de snelweg. Het blijkt een goed berijdbare weg, die zich door het prachtige landschap kronkelt, maar allesbehalve ‘groot’. Ook Tomtom vergist zich in de snelheid. Die is hier dan wel maximaal 90, maar de kruissnelheid ligt zeker niet hoger dan 60. We zijn dus wat langer onderweg dan we van tevoren dachten. Gelukkig vinden de kinders het ook mooi om een beetje om zich heen te kijken in de camper. Tijmen is onze wichelroede; hij is een kei in water spotten. Geregeld klinkt het van achteren ‘pakuh’, waar wij intussen de vertaling ‘water’ van kennen. En inderdaad is er dan altijd ergens een riviertje of een meertje te zien.

De camping aan het begin van de Gorges du Verdon is weer erg mooi. Met zwemgelegenheid, want dat is voor dochterlief voorlopig even een voorwaarde. Het zwembad ziet er aanlokkelijk uit, maar het is net niet warm genoeg om lekker te zwemmen. Nee, dat is geen klacht. Ik begrijp intussen wel dat we heel wat meer ellende moeten hebben om het thuisfront medelijden met ons te laten hebben :-) Er is ook helemaal geen reden voor medelijden: op dit moment zit ik (Windy) buiten met mijn laptop op schoot te tikken. Tijmen ligt een lekker middagdutje te doen (waarschijnlijk verstuur ik dit bericht vanavond pas) en Peter leest voor over Assepoester, terwijl Dieuwke ademloos luistert. Ons tempo is echt verlaagd tot vakantietempo. Dieuwke en Tijmen slapen prima in de camper en houden dat ’s ochtends vol tot half negen. Ik heb mijn boek van ruim 800 blz al half uit (gelukkig is er een uitgebreide bibliotheek mee). De eerste 2 weken waren de kinders nog wel eens opstandig en dwars. Waarschijnlijk begrijpen we elkaar steeds beter, want het gaat nu hartstikke goed. Vooral Dieuwke gedraagt zich voorbeeldig! Natuurlijk zijn Peter en ik ook wat relaxter dan in het begin, dus er ‘moet’ ook niet zoveel en het kan allemaal in een wat rustiger tempo. Behalve natuurlijk als we op het punt staan om naar het zwembad of de speeltuin te gaan, dan gaat het Dieuwke nooit snel genoeg.

We twijfelen nog wat we verder zullen doen. Onze plannen waren gericht op de Middellandse Zee. Maar, van verschillende mensen hebben we al gehoord dat het met Hemelvaart en Pinksteren aan de kust helemaal volloopt met toeristen van verschillende nationaliteiten. We merken nu al dat het een stuk drukker wordt dan we tot nu toe hebben meegemaakt. Maar dat is ook niet zo raar, tot nu toe was het overal bijna uitgestorven. Eigenlijk is het wel gezellig dat het wat drukker wordt. We kunnen de kust natuurlijk gewoon uitproberen. Als het niet bevalt, zijn we zo het binnenland weer in en gaan we na Pinksteren nog even een paar dagen. Want inderdaad: veel kan, niets moet!

Bovenstaande is vanmiddag allemaal al geschreven. Toen Tijmen wakker was, zijn we nog even op de fiets naar het dorp geweest. Dieuwke kwam op het goede idee om in een restaurant te gaan eten. Niet verkeerd: op een gezellig Frans dorpsplein met statige platanen rond een fontein met geheel volgens het cliché jeu-de-boules spelende oude mannetjes (Tijmen rende er al erg enthousiast op af, ‘bal, bal’ roepend), op een terras, met lekkere rosé, in het avondzonnetje een hapje eten. De kinderen gedroegen zich voorbeeldig. We hebben er ruim twee uur gezeten en ook de kinderen hebben zich prima vermaakt.