vrijdag 20 juli 2007

Nog steeds Noorwegen

We lazen van een sms-je van Minka dat er een 43-jarige Nederlandse man, op vakantie met vrouw en twee kinderen, in Geiranger verongelukt is. Voor het geval er onzekerheid over is: Peter is nog springlevend en Boris is nog lang geen 43…

We vervolgen onze weg op ons rondje Hardangervidda en zijn alweer op weg naar het zuiden, waar we dinsdag de boot naar Denemarken nemen. Nog steeds is Noorwegen prachtig. Na een paar dagen met minder weer is het nu weer lekker. We naderen Stavanger en daarmee is het drukker op de weg. Dat wordt straks weer wennen in Nederland. Gelukkig krijgen we gelegenheid om geleidelijk te wennen via Denemarken. Nog maar net hiervoor rijden we een weggetje dat uitsluitend voor geoefende camperrijders werd aangeraden en waar we op 40 km (waar we wel 2 uur over gedaan hebben) zo’n 10 auto’s tegen komen.


De kinderen vermaken zich prima met z’n vieren. Op iedere camping is wel wat te doen:
…bootje bouwen met sloopafval…
















…op een bestaande boot op het droge spelen…











…een enigszins vervallen bootje uit het water sleuren om er vervolgens een stukje mee te varen…


…en als er geen bootjes zijn, dan stop je toch lekker steentjes in de laars van je zus…













…het summum is natuurlijk een vuurtje stoken aan de oever van de rivier…

maandag 16 juli 2007

Met z'n achten

Intussen reizen we verder in gezelschap van Boris, Sabine & kids. Daarmee is het gedeelte van de reis waarin we met z’n vieren waren afgesloten. Aan de ene kant jammer, daarmee komt ook het einde van de reis zelf in zicht. Aan de andere kant is het ook wel prima. Het lijkt wel of het vanzelf gaat: of een vakantie nou een week duurt of 3 maanden, als het tegen het eind loopt is dat goed. Althans, zo ervaar ik dat wel vaak. Een weekje skiën? Aan het eind van de week vind ik het wel lekker om weer naar huis te gaan. 3 Weken zomervakantie in Frankrijk? Ook dan verheug ik me er aan het eind op om weer thuis te zijn. De reis afsluiten met Boris en Sabine is een prima overgang naar ons gewone leventje thuis, waar we ook weer met andere mensen zullen optrekken. Ook de kinderen genieten van de extra aandacht en speelkameraadjes. En, we hebben eigenlijk direct een gezamenlijk (Noors) ritme te pakken.

Evje, de plaats waar onze wegen kruisen, is bekend om zijn edelstenen- en mineralengroeven. Dus daar gaan wij ook naartoe. Nadat we een overtuigend enthousiast verhaal hebben gehoord in onvervalst Rotterdams waar welke stenen te vinden zijn, storten we ons met z’n achten op de berg stenen. We zijn voorzien van het nodige hakgereedschap, dus we kunnen ons geluk beproeven. Maareh… wat zei die man ook al weer, waar was nou wat te vinden. Had ik nu maar aantekeningen gemaakt. Dat wordt op goed geluk een beetje hakken en graven. De beheerder van het de groeve biedt aan om aan het eind alle stenen op tafel te leggen, zodat we een certificaat kunnen krijgen hoeveel we van welke stenen hebben gevonden. Behalve een flinke dosis geluk, is er ook noeste arbeid (‘nee, luie mensen vinden niets’) en geduld nodig. Dat kan ik toch niet zo goed opbrengen. Bovendien denk ik dat alle stenen die ik wel mooi vind, waarschijnlijk niets bijzonders zijn, zodat de beheerder ons aan het eind zal uitlachen om onze verzameling. Uiteindelijk houdt een stel fanatieke Noren de man zo lang bezig met hun enorme hoeveelheid verzamelde stenen, dat wij het certificaat wel geloven en op weg gaan naar de volgende bestemming, het Fyresdal.

Daar staan we op een camping aan het meer, waar het water steeds hoger komt en de camping dus steeds kleiner wordt. Het is de hele dag prachtig weer geweest, maar waarschijnlijk hebben de beken nog steeds zoveel water te verwerken van de regen die de afgelopen weken is gevallen, dat het waterpeil blijft stijgen. Voor de zekerheid zetten we de campers op rijplaten, zodat we zonder vast te komen of het terrein stuk te rijden weer weg kunnen.

Onderweg willen we boodschappen doen. Maar, waar we ons tot nu toe verbaasd hebben over de ruime openingstijden van de supermarkten, zijn ze hier in het dal allemaal al om 17:30 dicht; te vroeg voor ons, en dus te laat voor boodschappen. Gelukkig is er op de camping een goed restaurant. We genieten van een heerlijke maaltijd in een geweldige ambiance: uitzicht over het meer en de omringende bergen, in het avond-zonnetje, op een terras dat lijkt op een aangelegde wilde Noorse tuin. Zelf vinden we onze kinderen wat druk, maar we krijgen van de eigenares na afloop zelfs nog een compliment voor het gedrag van onze kinderen.

vrijdag 6 juli 2007

Zware regen en prachtige wegen

Het is waar Noorwegen om bekend staat: slecht weer en prachtige natuur. We hebben het allebei meegemaakt afgelopen week. Als we vanuit Flåm vertrekken is het nog heerlijk weer. We besluiten dan ook om de 24 kilometer lange tunnel rechts te laten liggen om vervolgens één van de moeilijkste en mooiste passen van Noorwegen te rijden; de moeilijkheidgraad zit in de steilte, gecombineerd met smalle wegen waar je hier en daar echt geen andere auto’s tegen moeten komen. In tegenstelling tot de ervaring in Frankrijk is het wel overzichtelijk en zie je gelukkig vaak ruim van te voren andere auto’s aankomen, zodat één van de twee meestal gemakkelijk kan stoppen bij een uitwijkplaats. Lastiger wordt het als er meer auto’s achter elkaar komen, zeker als het dan ook nog eens drie campers zijn. Al manoeuvrerend passeren we elkaar toch nog vrij snel. Gelukkig is het, zelfs op zondag, rustig op de pas. Boven rijden we tussen muren van sneeuw en het uitzicht is geweldig.







Die dag eindigt de rit vlak bij de Nigardsbreen, één van de uitlopers van de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het Europese vasteland, die alle toppen van de bergen in de omgeving volledig bedekt. Het was leuk geweest om er nog dichterbij te komen, maar voor kinderen onder de zes is dat een te gevaarlijke onderneming. We moeten het dus doen met een fietstochtje naar de parkeerplaats waar de boottocht naar de gletsjertong begint. Daar hebben we wel een prachtig uitzicht op de gletsjer en zien we stukken ijs en steen met geweld naar beneden storten; niet alleen voor 6-min gevaarlijk, die gletsjers…

De volgende dagen rijden we via prachtige wegen naar verschillende campings. Tomtom vertrouwen we niet blindelings, maar als we op de kaart zien dat de weggetjes minimaal ‘geel’ zijn, vertrouwen we het wel. Als ze ‘wit’ zijn, vragen we het toch voor de zekerheid even na bij de locals, die dan altijd weer een goed advies hebben voor mooie alternatieven, die onontdekt lijken. In eerste instantie rijden we alleen op grotere (wolken)hoogte in de regen, maar later regent het overal. We hebben wel vier dagen achter elkaar gereden, dus besluiten we een dagje extra op een camping door te brengen. Helaas, de hele dag stromende regen; de tijd stuk slaan dus in de camper met spelletjes spelen, laptop-televisiekijken, boekjes lezen, puzzeltjes maken en dat soort slecht weer activiteiten. Dan is het toch fijner een ritje te rijden, want de omgeving blijft geweldig, ook met slecht weer.


Wij hebben het idee dat we het slecht getroffen hebben, maar op een camping waar we aankomen, regent het al 3 weken achter elkaar! Daar in de buurt zijn de sporen dan ook zichtbaar: woest kolkende rivieren, bruin van al het zand dat ze overal meespoelen, ver buiten hun oevers getreden (we moeten ook een stuk omrijden, omdat de weg is onder gelopen) en van alles meesleurend. De meren zijn vies van de troep die de rivieren erin geloosd hebben. Intussen hebben we begrepen dat Kongsberg het nieuws in Nederland ook bereikt heeft. Dat is de stad waar de grote rivieren uit de zijdalen samen komen, vlak voordat het water geloosd wordt in de Oslofjord. Wateroverlast in Kongsberg dus.

Als het slechte weer voor ons weer voorbij is staan we op de camping bij een ouder echtpaar uit Leeuwarden. Zij zijn al bijna vier weken onderweg en snakken naar een beetje kleinkinderen-opa/oma-aandacht. Voor onze kinderen is het al niet anders. Al snel is het contact met de surrogaat-opa-en-oma gelegd en in no-time zijn de kinderen zo aan hen gewend, dat ze aan de hand meelopen alsof het hun eigen opa en oma zijn (niet jaloers worden Gaanderen en Hoevelaken!).

Donderdag zullen we Boris, Sabine, Mathijs en Jochem zien. Daarom zitten we nu weer een stukje zuidelijker, wat dichter bij de plek waar we hen zullen treffen. Het is hier de rand van de Hardangervidda, een woeste en vrijwel onbevolkte hoogvlakte. Voor het eerst in Scandinavië zijn hier op de camping ook weer eens Nederlandse kinderen. Dieuwke geniet van het samen spelen met haar Nederlandse vriendinnetje. Het leeftijdsverschil van ruim drie jaar maakt niets uit. Ze speelt ook graag met haar grote nicht Mairin, die even oud is.

dinsdag 3 juli 2007

Flåmbanen

zaterdag 30 juni

We denken op tijd van de camping te vertrekken, maar helaas is het treintje volgeboekt dat we wilden hebben. Dan maar het volgende. Dat geeft even gelegenheid om in de toeristenshop rond te neuzen. De koopwaar varieert van vreselijke kitsch prullaria tot grappige souvenirs. En, niet te vergeten prachtige waterdichte fleecevesten, waar Windy’s oog op is gevallen, de hele dag niet meer uit haar hoofd kan zetten en Peter bij terugkomst er eentje voor zichzelf koopt (en Windy uiteindelijk niets heeft… (red.: deze insinuatie schetst een wel zeer eenzijdig en slachtofferig beeld)). De Flåmbanen is echt een enorme toeristische trekpleister, zoals ook alle geparkeerde bussen getuigen. In ons treintje zit ook een groep Spanjaarden waarschijnlijk, want alle toeristische informatie wordt in het Engels, Noors en Spaans verteld. Tegen de tijd dat het Spaans aan de beurt is, is de bezienswaardigheid overigens al weer bijna aan het oog onttrokken.
Het uitzicht uit de trein is werkelijk geweldig. Als we bij de beroemde waterval komen, stopt de trein even om foto’s te kunnen maken. De waterval is echt indrukwekkend. Dieuwke vindt het maar niks dat het daar regent. Dat we nat worden van het opspattende water kan ze blijkbaar niet echt bevatten. Het eindpunt Myrdal ligt op de grote spoorlijn Oslo – Bergen. Meer dan 5 huizen hebben we er niet kunnen tellen. Vreselijk om hier te wonen: aan de ene kant ver van de echte bewoonde wereld en in een prachtige omgeving, maar wel 10 keer per dag een lading toeristen, die voor je huis stopt.



Vrijwel iedereen blijft in de trein zitten bij het eindpunt, om direct weer terug te keren naar Flåm. Wij niet. De campingbaas gaf ons de tip om te lopen naar het laatste station voor Myrdal: een hotel in de middle-of-nowhere, met weer 20 keer per dag een trein die er stopt (heen en terug); een wandeling van anderhalve kilometer. Het is een prachtige wandeling. In het begin lijkt het eindeloos te worden, omdat Tijmen alle stenen die hij ziet wil meenemen en vreselijk boos wordt als we willen dat hij ze laat liggen. Uiteindelijk neemt Peter hem maar op zijn nek. Dieuwke is vervolgens weer eens verontwaardigd dat Tijmen wel gedragen wordt en zij niet. Dat is echter als we bergafwaarts gaan. Zo gauw we het laatste stuk de bult op moeten heeft ze de sokken erin en is ze echt niet bij te houden. We laten haar maar lopen in de veronderstelling dat ze zichzelf wel tegen komt. Niet dus, ze klaagt boven alleen dat ze het een beetje warm heeft. Bij het hotel zijn we de enigen, maar daarom niet minder welkom. We eten een heerlijke lunch buiten in de zon. Als de trein op weg naar Myrdall arriveert, stapt er een enorme groep Fransen uit, voor een verlate lunch in het hotel. Opvallend is dat ze allemaal druk in gesprek zijn en nauwelijks om zich heen kijken. Waarschijnlijk heeft de hostess hen niet verteld dat het daar mooi is. Voor ons is het wel gunstig dat ze zijn uitgestapt, want als we instappen als de trein weer langs komt is de achterste coupé helemaal leeg, terwijl de rest van de trein overvol is.

Opnieuw bij de waterval aangekomen wil Dieuwke eerst niet de regen in. Op de heenweg had ik al gezien dat er twee dames onder begeleiding van vage mystieke muziek een dans opvoeren,
halverwege de berg in de dampen van de waterval, op zo’n 100 m van het perron. Als ik het Dieuwke vertel, wil ze toch persé naar buiten. Ik begrijp niet wat het dansen van twee dames in blauwe gewaden op vreemde muziek, toevoegt aan het indrukwekkende van het geheel. Dieuwke blijkbaar wel, die is helemaal in vervoering en raakt het laatste stuk van de reis niet uitgepraat over de dansende dames.

Halverwege het traject is het enige stuk waar dubbel spoor ligt. Daar passeren twee treinen elkaar. De trein die staat te wachten tot wij binnen komen zit vol Japanners, die spontaan zwaaien. Dieuwke zwaait enthousiast terug, waardoor het enthousiasme nog groter wordt. Als uiteindelijk ook Tijmen naast haar komt staan zwaaien, is het hek van de dam: een hele coupé Japanners staat in dolenthousiaste aanbidding te zwaaien naar onze kinderen.

Noorwegen

vrijdag 29 juni

Als we met de boot aankomen in Bergen is het nog steeds stralend weer. Was er niet een ‘legende’ dat de honden in bergen blaffen als ze iemand zonder paraplu zien lopen? Nou, vandaag zullen ze de longen uit hun lijf geblaft hebben. Zo gauw we de stad uit zijn is het al Noorwegen we het om waarderen: ruige bergen, watervallen, fjorden en geen gejakker, al zitten we nog steeds op de hoofdweg van Bergen naar Oslo. En, een minder feest der herkenning: de tunnels. Geen van de tunnels is zonder bocht of helling, wat concentratie vraagt tijdens het rijden. Gelukkig zijn ze op deze weg nog redelijk verlicht. Van onze eerdere Noorwegen-ervaring weten we dat dat op andere plekken een stuk minder zal zijn.

Eén van de doelen is het treintje van Flåm naar Myrdall, een technisch hoogstandje van de Noorse ingenieurs. We zitten er zo dichtbij dat we besluiten daar maar meteen op af te gaan. Dus gaan we naar de camping in Flåm. Vlakbij de camping is een stenenstrandje, waar een stroompje overheen loopt, dat
uitkomt in de fjord. Dieuwke is zo zwemverslaafd dat ze een duik neemt in de ijskoude fjord. Meer dan drie slagen zwemmen wordt het niet, maar ze heeft het wel gedaan! Van Tijmen zijn we al gewend dat hij stenen en water een ideale combinatie vindt, hij vermaakt zich weer uitstekend met stenen gooien in het water en water en stenen van de gieter in de emmer gieten.

Op zee

do/vrij 28/29 juni

Als een flatgebouw van 60 duizend ton schuift de m.s. Prinsesse Ragnhild van de Color Line door de golven. Vanuit ons raam op de achtste verdieping lijken de golven onbeduidend, maar met de forse wind kan het niet anders of het moeten stevige jongens zijn. Schuimkoppen en af en toe een omslaande kop, was dat nu windkracht vijf of zes? Gelukkig komt de wind recht van voren, zodat het schip nauwelijks stampt. Een half uur na vertrek brak een waterig zonnetje door, en een paar uur verder is de lucht strakblauw. Denemarken is vanuit onze positie al lang niet meer te zien; het land is achtergebleven onder een mistroostige loodgrijze deken. Tot over een krappe vier weken!
Op volle zee schuiven we een zeilboot voorbij. Nauwelijks zichtbaar tussen de golven, larveert-ie zich zwaar overhellend een weg naar het noordwesten. Dezelfde richting als wij. Zijn nietigheid benadrukt vooral de absurde dimensies van ons schip. Tijmen slaapt, Windy en Dieuwke verkennen de taxfree shop, en waarschijnlijk vermaken de 1696 andere passagiers zich met soortgelijke activiteiten. Of met drinken, getuige de langsschuivende alcoholdampen in de gangen.

Gisteren zeilden we zelf nog. We deden met de camper althans een behoorlijk geslaagde imitatie daarvan. De wind was ’s middags afgenomen tot een continue windkracht acht, en we besloten het er op te wagen. De boot bij Hirtshals wacht immers niet. De eerste twaalf kilometer op de kustweg naar het noorden vergden concentratie. Een snelle berekening leerde ons dat de zijkant van de camper eenzelfde zeiloppervlak heeft als een zestienkwadraat, een veelgebruikte zeilboot. Hand strak aan de helmstok dus.
De camping lieten we verwaaid en in desolate toestand achter. De schade bedroeg zeker acht volledig vernielde voortenten en drie all-season huurtenten.
De zware wind en de hoosbuien onderweg laten ook ons campertje niet onberoerd. De 100 km per uur wordt ook op de snelweg maar met moeite bereikt. De ruitenwissers staan regelmatig in de snelste stand, en de slagregens dringen zelfs door de afdichting van het vastgeschroefde raampje aan de voorkant van de alkoof.

We zijn op weg naar Bergen in Noorwegen, op een hoogte waar het in deze tijd van het jaar niet echt donker wil worden. Vanavond zullen we met kaart en gids eens bezien hoe wat ons traject in Noorwegen zal zijn. Hoewel, we hebben geleerd dat onze plannenmakerij in de praktijk toch vaak heel anders uitpakt.

Voor broer en zus is deze zeereis een feest. Tijmen is niet weg te slaan bij een miniatuurweergave van het schip, waarin onze camper tot in dinky toy-formaat is teruggebracht. Dieuwke wil dolgraag haar speciaal voor deze trip gemaakte tekeningen aan de kapitein overhandigen.

Als de kinderen moeten slapen, weten we onze verduisteringsgordijnen van de camper te waarderen. Die hebben we in de hut niet en dus wordt het er niet donker. Natuurlijk zijn het bed en de geluiden ook helemaal vreemd, maar Tijmen valt pas tegen 11 uur in slaap. Toch zijn we blij dat we een buitenhut genomen hebben, we genieten van het uitzicht als we inStavanger aankomen met zonsondergang (de boot heeft daar een tussenstop) en de volgende ochtend als we vanaf twee uur voor aankomst de kust van Noorwegen zigzaggend moeten doorvaren.

woensdag 27 juni 2007

STORM

Helaas is het doorbreken van de zon gistermiddag geen voorbode voor blijvend mooi weer. Tegen 1 uur ’s nacht gaat het stormen en hozen. We liggen te schudden in de camper, het gaat buiten vreselijk tekeer. En we waren nog wel vroeg naar bed gegaan om vanochtend op tijd te vertrekken. Van slapen is de hele nacht nauwelijks iets gekomen, wat een gebulder en geschud. Om 4 uur besluit Peter zijn bed uit te gaan om de hoes van het fietsenrek af te halen. Die vangt veel te veel wind en het fietsenrek trekt dan te hard aan de camper. De hoes gaat er niet af, maar de schade wordt beperkt gehouden. Terwijl we buiten bezig zijn begeeft de voortent van onze buurcaravan het. Ze zijn zelf niet aanwezig. Met gevaar voor eigen leven, vanwege de rondvliegende stokken en haringen probeert Peter nog iets van de tent te redden. Tevergeefs, intussen hangt de tent te beuken in de wind, treurig aan flarden en dat worden er steeds meer. Als Dieuwke om 5 uur ook wakker wordt en er even bij komt zitten, vindt zij het wel komisch. Ze relativeert de trieste situatie met haar opmerking dat de tent met elkaar aan het spelen is. En als je het zo bekijkt lijkt het inderdaad wel of de tent grote lol heeft, spelend in de wind.

Later op de ochtend is de wind nog niet gaan liggen. Het lijkt niet verstandig met de camper de weg op te gaan. Van de man van de receptie begrijpen we dat de verwachting is dat het in de middag beter wordt. We besluiten dus het weer even af te wachten en later vandaag alsnog richting Hirtshals te vertrekken. Hopelijk gaat de wind liggen, want zelfs als de boot vaart met dit weer, zal het zeker geen pretje zijn aan boort.

Een regendag

Voor het eerst hebben we een dag (maandag) waarop het maar heel af en toe droog is. Alles gaat dan nog een versnelling lager, zodat we pas om 10:30 uur aan het ontbijt zitten. De kinderen vermaken zich prima spelend en donderjagend op hun bed, en met papa tekenend op een tekenbord en dan maar raden wat het moet voorstellen. Nadat Tijmen zijn late middagslaap gedaan heeft (en Dieuwke Lars de IJsbeer heeft zitten kijken, en wij lekker hebben zitten lezen), gaan we naar het overdekte zwembad, dat deze camping rijk is. Daar zijn de kinderen niet meer weg te slaan. Tijmen vindt het nu ook geweldig in het water, en dat heeft waarschijnlijk alles te maken met de temperatuur. Bij dit zwemwater hoef je niet te wennen aan de temperatuur, het is echt aangenaam warm. Het zwembad heeft ook nog een geweldige glijbaan, waar de kinderen maar geen genoeg van kunnen krijgen. Peter is nog maar net met Tijmen terug in het water, of hij (Tijmen) roept al ‘nog een keer!’. Dieuwke is een grote held en gaat helemaal alleen van de glijbaan af, zelfs achterstevoren op haar buik. Voordat we het weten is het 7 uur en dan moet er nog gekookt en gegeten worden. Ook al was het een regendag, hij is toch nog te kort. Gelukkig is het lang licht, zodat we niet het idee hebben dat het al 11 uur is voordat Peter aan de afwas gaat…

De volgende ochtend (dinsdag) was het weer ook niet best. Daarom hebben we besloten nog een nachtje op deze camping te blijven en ‘s middags weer naar het zwembad te gaan. Tegen twee uur breekt de zon door en gaat de wind liggen, het wordt toch nog lekker weer.

Woensdag wordt het weer een dagje rijden, richting Hirtshals. Daar nemen we donderdag de boot naar Bergen, Noorwegen. Dieuwke verheugt zich op de bootreis, die bijna 24 uur duurt: ‘gaan we dan ook eten en slapen op de boot? Jippie!’

maandag 25 juni 2007

Fietsen op het strand

Op de planning staat een fietstochtje richting het strand. Heerlijk, voor het eerst op onze reis zal de tocht echt vlak zijn, geen heuvels te bekennen. Dat wordt een lekker licht ritje. Fietsen zoals in Nederland, hooguit wat tegenwind. Helaas, vlak fietsen blijkt geen garantie voor licht fietsen. Tijdens de vorige heuvelachtige ritten hebben we nog nooit zo lang achter elkaar in de lichtste versnelling gefietst; deze tocht wel, toch zeker 4 km.

Als we bij het strand staan kunnen we de verleiding niet weerstaan om de auto’s achterna te gaan het strand op. In het begin gaat het eigenlijk prima, goed stevig zand. Natuurlijk niet het comfort van hard asfalt, maar er is goed op te fietsen. Met vlagen gaat het toch wat zwaarder, het zand wordt muller. Het is een kwestie van vaart houden, anders staat je stuur zo dwars en sta je helemaal stil en ben je gedwongen af te stappen. Dat afstappen valt nog niet mee op een herenfiets (allebei) en hoge kinderzitjes achterop. Helaas gebeurt het toch. Maar, we houden vol, we willen die zee van dichtbij zien en wellicht zelfs voelen. Dus op iets harder zand stappen we weer op en fietsen weer verder. Oh oh, roepen ook de kinderen achterop. Ze voelen het al aankomen… we staan weer stil. Windy is enigszins in het voordeel, omdat ze veel grover profiel op haar banden heeft. Maar, ook dat blijkt geen garantie om te kunnen blijven fietsen. Je moet je voorstellen dat het grootste deel lijkt op vastgereden zand op de vloedlijn, waar dan opeens een stuk van 2 meter een stuk ruller is.

Na wat een eindeloos stuk fietsen lijkt, is de zee nog nauwelijks dichterbij gekomen. De duinovergang waar we vandaan komen, is gelukkig wel iets verder weg. We besluiten dat we het wel best vinden zo. Spelen in het zand is ook leuk, daar heb je niet persé water voor nodig. Bovendien hebben we de meeste auto’s achter ons gelaten, wat ons doet vermoeden dat het laatste stuk niet veel beter zal worden. Dus we parkeren de fietsen en hebben grote lol in het zand. De weg terug gaat iets beter dan de heenweg. We hebben dan de wind mee en daardoor is het gemakkelijker om vaart te houden. Terug aan de andere kant van de duinen rijden we via een paar onverharde weggetjes, die door prachtig duingebied gaan, naar de camping terug. Uiteindelijk is het toch minder vermoeiend dan een bult op fietsen, maar we zijn blij dat we allebei nog steeds een goede conditie hebben…

zaterdag 23 juni 2007

Onze reis, deel 2

Het voelt alsof we aan deel 2 van onze reis begonnen zijn. Vanuit Frankrijk zijn we met tussenstops in Zwitserland en Duitsland toch maar even naar Nederland gegaan. De motor van de camper is nu volledig hersteld bij de garage waar hij altijd in onderhoud is geweest (gelukkig was het inderdaad slechts het relais). Toevallig is die garage vlakbij de ouders van Windy (echt toevallig) en misbruiken we hun tuin tijdelijk als camping. En, hun huis als toiletgebouw, overdekte speeltuin, wasserette, restaurant en toegegeven, één nachtje als hotel. Maar, de kinderen zijn al zo gewend om in de camper te slapen, dat we de tweede nacht toch maar in onze vertrouwde nesten geslapen hebben. En, dat sliep voor de kinderen inderdaad een stuk beter (en dus ook voor ons…).

Nu zijn we weer verder op weg naar het noorden. Het bezoek aan Gaanderen is geen hinderlijke onderbreking geweest. Als we het van tevoren gepland hadden, had ons dat vast geen goed idee geleken. Nu komt het prima uit, het is alsof we weer opnieuw op vakantie gaan met een schone camper, schone kleren, gerepareerde motor en het achterlaten van overbodige spullen. Waarschijnlijk scheelt het dat er geen werkbeslommeringen tussendoor gekomen zijn, want nu we opnieuw op de camping zijn, zijn we weer volledig in vakantiesfeer; en eigenlijk zijn we dat steeds gebleven, ook in Gaanderen, waar we goed verzorgd zijn.

We zijn ook nog even op bezoek geweest bij Windy’s opa. Hij ligt intussen niet meer in het ziekenhuis, maar het gaat niet goed met hem en het hoeft voor hem ook niet meer zo. Heel erg voorstelbaar als je een leven van 95 jaar achter de rug hebt en nu lichamelijk steeds verder aftakelt. Mentaal lijkt opa niet anders dan we hem altijd gekend hebben. Hij is beter op de hoogte van de actuele politieke ontwikkelingen dan wij en hij krijgt het allemaal heel goed mee. Ik heb altijd gedacht dat dat een voorwaarde was voor mij om (echt) oud te willen worden: dat ik geestelijk scherp zou blijven, maar misschien is het wel gemakkelijker om allemaal niet meer zo goed mee te krijgen wat er allemaal met je gebeurt. Het is wel triest om hem in zijn kamer in het bejaardenhuis te zien, waar hij zich maar al te zeer bewust is van zijn situatie, weinig afleiding heeft en met zijn zuurstofslangen aan zijn stoel gekluisterd zit. En nu ook nog met zijn benen hoog moet zitten, omdat zijn hart niet meer goed functioneert. Vlak voordat we op reis gingen lag hij ook in het ziekenhuis. Bij het afscheid toen waren we er van overtuigd dat we hem ruim drie maanden later verslag zouden doen van onze reis. Nu weet ik helemaal niet zo zeker of we hem ook nog kunnen vertellen hoe Noorwegen was, vooral omdat hij zelf helemaal niet meer wil. Het geeft het gevoel of hij ’s ochtends teleurgesteld wakker wordt als hij nog leeft en niet rustig in zijn slaap is overleden. Gelukkig zijn mijn ouders weer terug uit Frankrijk en krijgt hij nu weer meer bezoek en ondersteuning, hoewel dat voor mijn ouders ook een behoorlijke belasting is. Hopelijk blijft het weer ook goed, zodat hij er misschien nog eens met de rolstoel uit kan. Het is even omschakelen, maar het geeft ook het gevoel dat het goed is dat we er nu van genieten.

Intussen zijn we in Denemarken beland. We zitten op Rømø, het enige waddeneiland dat rijdend over een dijk bereikbaar is. De sfeer heeft wel wat van de Nederlandse waddeneilanden, maar het gebrek aan een bootreis zorgt er toch voor dat het echte eilandgevoel ontbreekt. Aan de andere kant: zonder dijk waren we hier nooit naartoe gegaan en het is hier wel mooi. We hebben hier de mogelijkheid om met de auto het strand op te rijden, maar of we dat wagen met onze zware camper… In het Franse Annecy zaten we bij vertrek ook behoorlijk vast in de modder.

woensdag 13 juni 2007

… en we zijn weer compleet

Peter is weer terug uit Mexico. Om hem op te halen herhalen we de trip van de week ervoor, met z’n vieren in de auto naar het vliegveld in Genève. Daar zijn de kindjes door het dolle heen om papa weer te zien. De hele weg terug gaat het erom wie het hoogste woord heeft om papa bij te praten van de afgelopen week. Dieuwke is helemaal vol van de tocht met het kabineliftje in Mégève, waar we zaterdag geweest zijn. Boven is het niet zulk mooi weer, en het complete uitzicht over het Mont Blanc-massief moeten we bij elkaar combineren van de stukjes die we afwisselend door de wolken zien. Die stukjes zijn al erg indrukwekkend. Op een heldere dag moet het uitzicht adembenemend zijn. Boven is het verder erg stil. In het hoogseizoen zal het er krioelen van de wandelaars, mountainbikers en kabelbaangangers naar het restaurant (en in de winter van de skiërs en snowboarders natuurlijk). Nu draait op de terugweg de lift zelfs voor ons alleen. Achteraf blijkt dat we geluk hebben: het is de eerste dag van het zomerseizoen dat de lift draait. Dat het uitzicht niet geweldig is en het restaurant gesloten, deert Dieuwke niet zo. Het gaat om de kabelbaan en die is geweldig! Dolenthousiast is ze vooral als we weer terug gaan en het eerste stukje vrij steil naar beneden duiken. Tijmen is minder enthousiast. In tegendeel, hij zit bij opa op schoot en vindt het helemaal niks. Hij wil niet naar buiten kijken en al helemaal niet naar beneden. Gelukkig vindt hij de frietjes wel erg lekker, die we in het restaurant eten als we weer beneden zijn, zodat het voor hem toch ook een beetje een feest-tripje is.

Dieuwke vertelt papa in de auto ook honderduit over het zwembad. Daar zijn we de afgelopen week dan ook heel veel geweest. Dieuwke kan met haar kurkjes al heel goed zwemmen, zonder problemen steekt ze zwemmend twee keer op-en-neer het zwembad over. Als opa haar overgooit naar mama of oma gilt ze het uit van plezier, ook al duikelt ze daarna helemaal onder water. In het zwembad heeft Tijmen de grootste lol met zijn gietertje. Die laat hij niet meer los. Hij is alleen het water in te lokken als we de gieter erin gooien en hij hem weer wil halen. En natuurlijk gebruikt hij de gieter het liefst waarvoor hij bedoeld is en krijgen alle bloemetjes water!

Vanochtend zijn opa en oma weer vertrokken. Windy’s opa ligt in het ziekenhuis, vandaar dat haar ouders zo snel mogelijk weer terug naar Nederland gaan, nu Peter terug is uit Mexico. Tijmen en Dieuwke zijn wel een beetje verdrietig. Het lijkt ook wel kaal, nou de caravan van opa en oma niet meer tegenover ons staat.

Morgen gaan we zelf ook weer verder, op weg naar Noorwegen. Met in ieder geval een tussenstop in Nederland, om het euvel met de radiator te laten verhelpen.

We hebben intussen begrepen dat er vermoedens zijn dat we helemaal niet op reis zijn, maar de hele weblog bij elkaar fantaseren. Om het geheel wat geloofwaardiger te maken, hebben we getracht foto’s toe te voegen, eerst even aan de oude blogs.

Mexico

In het laatste zonlicht draait het vliegtuig een langzaam dalende bocht. Onder ons maakt de Golf van Mexico plaats voor de onafzienbare boomvlakten van Yukutan. De bomen zien er merkwaardig aangetast uit. Orkaan Katherina en haar collega’s hebben hier afgelopen jaren hun sporen getrokken over het schiereiland. Schuin voor ons verschijnen de lichtjes van Cancun, waar de winnaars van de Philips ‘Quality Improvement Competition’ een week gaan genieten van een uiterst luxueuze werkvakantie.

Het afscheid gisteren in de vertrekhal van Geneve was moeilijker dan verwacht. Voor het eerst in vijf weken ben ik niet meer bij ons gezin. Dieuwke heeft het zwaar bij opa op de arm. Gelukkig zullen opa en oma Gaanderen het leed voor Windy en de kinderen wat verzachten.

Twee uur later doen de mensenmassa’s op Schiphol hectisch en bijna agressief aan. Sinds Koninginnedag zijn we blijkbaar in de laagste versnelling beland. Ik bel Mark en Bie en even later zitten we samen te eten in de Amsterdamse binnenstad. Het is een lange en gezellige avond, en met de allerlaatste pendelbus kom ik aan bij mijn hotel op Schiphol.

’s Ochtends tref ik mijn collega’s voor de incheckbalie van Schiphol. Kleding variërend van losjes formeel tot beach wear. Ik zit duidelijk in de laatste kledingcategorie. De sfeer is uitbundig; een stel kerels op schoolreisje. Daarnaast is het een prachtig team, dat ondermeer door zijn samenstelling een ongehoord resultaat heeft neergezet.

Cancun ligt op vijftien uur vliegen van Amsterdam, met een tussenstop in Atlanta. Dertig jaar geleden was dit gebied economisch onbeduidend. Er werd een strip aangelegd met een batterij luxe hotels, met als voornaamste attracties het weer en de magnifiek mooie zee. Sindsdien behoort het tot de voornaamste strandbestemming voor de vermogende Amerikaan.

Ons hotel behoort hier tot de topcategorie. Een immense, marmeren hal, vier restaurants, een groot aantal bars en slechts vierhonderd kamers, allemaal van marmer en met uitzicht op zee. En bijna allemaal gehuurd door Philips voor een all-in arrangement. In de kamer ligt een handgeschreven welkomsbrief van de kamermanager. In het zwembad zwem je loom naar de bar om een Pina Colada te bestellen, die in het water geserveerd wordt. Vervolgens draai je je om en kijk je uit over de Caribische branding twintig meter verderop. Een duik daarin vergt nogal wat uithoudingsvermogen, want de golven zijn op een rustige dag gemakkelijk twee meter hoog. Maar eenmaal weer terug op het droge neem je een douche op het strand, grijpt een handdoek van de bar of duikt weer in het zwembad. Om vervolgens richting bar te zwemmen. Gelukkig ben ik gewend aan afzien.

Vanwege het tijdverschil van zeven uur wordt het de eerste dag een vroeg ontbijt. Daarom besluiten we al vroeg met een huurauto richting Chichen Itza te rijden, een immens complex van Maya-tempels op bijna drie uur rijden van Cancun. Chichen Itza zelf is heet, oud en indrukwekkend. Helaas mogen we de hoogste piramide niet meer beklimmen. De trap is zo steil en hoog dat de meeste toeristen toch al op hun achterwerk de afdaling ondernamen. Vorig jaar echter is een toerist onvrijwillig te snel afgedaald, wat ze niet heeft overleefd. Op de terugweg blijkt de trip met de huurauto ook zijn nadelen te hebben ten opzichte van een georganiseerde bustrip. We missen de oprit naar de rustige snelweg, en blijken op een B-weg beland te zijn. Die leidt door een groot aantal dorpjes met een nog veel groter aantal verkeersdrempels, waardoor de terugreis ongeveer dubbel zoveel tijd in beslag neemt. Hier heerst de armoede. Krotten, modder, luierende mannen, babbelende vrouwen, en heel veel kinderen. Avontuur in blik met airco. In het hotel snel naar de natte bar voor een cocktail.

Woensdag bouwen we onze stand op tussen Philips-collega’s uit de hele wereld. Vooral de Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd, wat met de vanuit de Verenigde Staten gestuurde organisatie het event een zwaar Amerikaans accent geeft. ’s Middags nemen we een duik in de zware branding.

Donderdag is Tijmen jarig, en ik ben er niet. Dat doet pijn. Donderdag is ook de eerste dag van de competitie. Een echte competitie, hoewel aanwezig zijn bij de wereldfinale in feite al de prijs is. Maar nu we hier zijn willen we winnen, zeker als we in de wandelgangen horen dat ons verhaal een zeer goede kans maakt om ook hier eerste te worden. We krijgen dan ook veel aanloop en management-attentie. Al gauw leren we echter dat alleen een goed verhaal niet voldoende is. De jurering is ook Amerikaans getint. In tegenstelling tot bij de lokale finale is hier het precies volgen van regeltjes voor veel juryleden blijkbaar van belang.

Kortom, we winnen niet. In de bar voelen we ons de morele winnaars. Zelfs karaoke is dan leuk.

De laatste dag schepen we in op een catamaran voor een zeiltrip naar Isla Mujerte. Bob Marley en Bounty. Bij het snorkelen waan je je in het aquarium van Blijdorp.

Terug op Schiphol is het tijd voor afscheid van de teamleden. In de afgelopen week is het bijna een vriendenclub geworden. Zij gaan nu terug naar de wereld van de afkortingen en ik vlieg door naar de camper. Een rare gewaarwording.