Als een flatgebouw van 60 duizend ton schuift de m.s. Prinsesse Ragnhild van de Color Line door de golven. Vanuit ons raam op de achtste verdieping lijken de golven onbeduidend, maar met de forse wind kan het niet anders of het moeten stevige jongens zijn. Schuimkoppen en af en toe een omslaande kop, was dat nu windkracht vijf of zes? Gelukkig komt de wind recht van voren, zodat het schip
nauwelijks stampt. Een half uur na vertrek brak een waterig zonnetje door, en een paar uur verder is de lucht strakblauw. Denemarken is vanuit onze positie al lang niet meer te zien; het land is achtergebleven onder een mistroostige loodgrijze deken. Tot over een krappe vier weken!
Op volle zee schuiven we een zeilboot voorbij. Nauwelijks zichtbaar tussen de golven, larveert-ie zich zwaar overhellend een weg naar het noordwesten. Dezelfde richting als wij. Zijn nietigheid benadrukt vooral de absurde dimensies van ons schip. Tijmen slaapt, Windy en Dieuwke verkennen de taxfree shop, en waarschijnlijk vermaken de 1696 andere passagiers zich met soortgelijke activiteiten. Of met drinken, getuige de langsschuivende alcoholdampen in de gangen.
Gisteren zeilden we zelf nog. We deden met de camper althans een behoorlijk geslaagde imitatie daarvan. De wind was ’s middags afgenomen tot een continue windkracht acht, en we besloten het er op te wagen. De boot bij Hirtshals wacht immers niet. De eerste twaalf kilometer op de kustweg naar het noorden vergden concentratie. Een snelle berekening leerde ons dat de zijkant van de camper eenzelfde zeiloppervlak heeft als een zestienkwadraat, een veelgebruikte zeilboot. Hand strak aan de helmstok dus.
De camping lieten we verwaaid en in desolate toestand achter. De schade bedroeg zeker acht volledig vernielde voortenten en drie all-season huurtenten.
De zware wind en de hoosbuien onderweg laten ook ons campertje niet onberoerd. De 100 km per uur wordt ook op de snelweg maar met moeite bereikt. De ruitenwissers staan regelmatig in de snelste stand, en de slagregens dringen zelfs door de afdichting van het vastgeschroefde raampje aan de voorkant van de alkoof.
We zijn op weg naar Bergen in Noorwegen, op een hoogte waar het in deze tijd van het jaar niet echt donker wil worden. Vanavond zullen we met kaart en gids eens bezien hoe wat ons traject in Noorwegen zal zijn. Hoewel, we hebben geleerd dat onze plannenmakerij in de praktijk toch vaak heel anders uitpakt.
Gisteren zeilden we zelf nog. We deden met de camper althans een behoorlijk geslaagde imitatie daarvan. De wind was ’s middags afgenomen tot een continue windkracht acht, en we besloten het er op te wagen. De boot bij Hirtshals wacht immers niet. De eerste twaalf kilometer op de kustweg naar het noorden vergden concentratie. Een snelle berekening leerde ons dat de zijkant van de camper eenzelfde zeiloppervlak heeft als een zestienkwadraat, een veelgebruikte zeilboot. Hand strak aan de helmstok dus.
De camping lieten we verwaaid en in desolate toestand achter. De schade bedroeg zeker acht volledig vernielde voortenten en drie all-season huurtenten.
De zware wind en de hoosbuien onderweg laten ook ons campertje niet onberoerd. De 100 km per uur wordt ook op de snelweg maar met moeite bereikt. De ruitenwissers staan regelmatig in de snelste stand, en de slagregens dringen zelfs door de afdichting van het vastgeschroefde raampje aan de voorkant van de alkoof.
We zijn op weg naar Bergen in Noorwegen, op een hoogte waar het in deze tijd van het jaar niet echt donker wil worden. Vanavond zullen we met kaart en gids eens bezien hoe wat ons traject in Noorwegen zal zijn. Hoewel, we hebben geleerd dat onze plannenmakerij in de praktijk toch vaak heel anders uitpakt.
Voor broer en zus is deze zeereis een feest. Tijmen is niet weg te slaan bij een miniatuurweergave van het schip, waarin onze camper tot in dinky toy-formaat is teruggebracht. Dieuwke wil dolgraag haar speciaal voor deze trip gemaakte tekeningen aan de kapitein overhandigen.
Als de kinderen moeten slapen, weten we onze verduisteringsgordijnen van de camper te waarderen. Die hebben we in de hut niet en dus wordt het er niet donker. Natuurlijk zijn het bed en de geluiden ook helemaal vreemd, maar
Tijmen valt pas tegen 11 uur in slaap. Toch zijn we blij dat we een buitenhut genomen hebben, we genieten van het uitzicht als we inStavanger aankomen met zonsondergang (de boot heeft daar een tussenstop) en de volgende ochtend als we vanaf twee uur voor aankomst de kust van Noorwegen zigzaggend moeten doorvaren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten