vrijdag 20 juli 2007

Nog steeds Noorwegen

We lazen van een sms-je van Minka dat er een 43-jarige Nederlandse man, op vakantie met vrouw en twee kinderen, in Geiranger verongelukt is. Voor het geval er onzekerheid over is: Peter is nog springlevend en Boris is nog lang geen 43…

We vervolgen onze weg op ons rondje Hardangervidda en zijn alweer op weg naar het zuiden, waar we dinsdag de boot naar Denemarken nemen. Nog steeds is Noorwegen prachtig. Na een paar dagen met minder weer is het nu weer lekker. We naderen Stavanger en daarmee is het drukker op de weg. Dat wordt straks weer wennen in Nederland. Gelukkig krijgen we gelegenheid om geleidelijk te wennen via Denemarken. Nog maar net hiervoor rijden we een weggetje dat uitsluitend voor geoefende camperrijders werd aangeraden en waar we op 40 km (waar we wel 2 uur over gedaan hebben) zo’n 10 auto’s tegen komen.


De kinderen vermaken zich prima met z’n vieren. Op iedere camping is wel wat te doen:
…bootje bouwen met sloopafval…
















…op een bestaande boot op het droge spelen…











…een enigszins vervallen bootje uit het water sleuren om er vervolgens een stukje mee te varen…


…en als er geen bootjes zijn, dan stop je toch lekker steentjes in de laars van je zus…













…het summum is natuurlijk een vuurtje stoken aan de oever van de rivier…

maandag 16 juli 2007

Met z'n achten

Intussen reizen we verder in gezelschap van Boris, Sabine & kids. Daarmee is het gedeelte van de reis waarin we met z’n vieren waren afgesloten. Aan de ene kant jammer, daarmee komt ook het einde van de reis zelf in zicht. Aan de andere kant is het ook wel prima. Het lijkt wel of het vanzelf gaat: of een vakantie nou een week duurt of 3 maanden, als het tegen het eind loopt is dat goed. Althans, zo ervaar ik dat wel vaak. Een weekje skiën? Aan het eind van de week vind ik het wel lekker om weer naar huis te gaan. 3 Weken zomervakantie in Frankrijk? Ook dan verheug ik me er aan het eind op om weer thuis te zijn. De reis afsluiten met Boris en Sabine is een prima overgang naar ons gewone leventje thuis, waar we ook weer met andere mensen zullen optrekken. Ook de kinderen genieten van de extra aandacht en speelkameraadjes. En, we hebben eigenlijk direct een gezamenlijk (Noors) ritme te pakken.

Evje, de plaats waar onze wegen kruisen, is bekend om zijn edelstenen- en mineralengroeven. Dus daar gaan wij ook naartoe. Nadat we een overtuigend enthousiast verhaal hebben gehoord in onvervalst Rotterdams waar welke stenen te vinden zijn, storten we ons met z’n achten op de berg stenen. We zijn voorzien van het nodige hakgereedschap, dus we kunnen ons geluk beproeven. Maareh… wat zei die man ook al weer, waar was nou wat te vinden. Had ik nu maar aantekeningen gemaakt. Dat wordt op goed geluk een beetje hakken en graven. De beheerder van het de groeve biedt aan om aan het eind alle stenen op tafel te leggen, zodat we een certificaat kunnen krijgen hoeveel we van welke stenen hebben gevonden. Behalve een flinke dosis geluk, is er ook noeste arbeid (‘nee, luie mensen vinden niets’) en geduld nodig. Dat kan ik toch niet zo goed opbrengen. Bovendien denk ik dat alle stenen die ik wel mooi vind, waarschijnlijk niets bijzonders zijn, zodat de beheerder ons aan het eind zal uitlachen om onze verzameling. Uiteindelijk houdt een stel fanatieke Noren de man zo lang bezig met hun enorme hoeveelheid verzamelde stenen, dat wij het certificaat wel geloven en op weg gaan naar de volgende bestemming, het Fyresdal.

Daar staan we op een camping aan het meer, waar het water steeds hoger komt en de camping dus steeds kleiner wordt. Het is de hele dag prachtig weer geweest, maar waarschijnlijk hebben de beken nog steeds zoveel water te verwerken van de regen die de afgelopen weken is gevallen, dat het waterpeil blijft stijgen. Voor de zekerheid zetten we de campers op rijplaten, zodat we zonder vast te komen of het terrein stuk te rijden weer weg kunnen.

Onderweg willen we boodschappen doen. Maar, waar we ons tot nu toe verbaasd hebben over de ruime openingstijden van de supermarkten, zijn ze hier in het dal allemaal al om 17:30 dicht; te vroeg voor ons, en dus te laat voor boodschappen. Gelukkig is er op de camping een goed restaurant. We genieten van een heerlijke maaltijd in een geweldige ambiance: uitzicht over het meer en de omringende bergen, in het avond-zonnetje, op een terras dat lijkt op een aangelegde wilde Noorse tuin. Zelf vinden we onze kinderen wat druk, maar we krijgen van de eigenares na afloop zelfs nog een compliment voor het gedrag van onze kinderen.

vrijdag 6 juli 2007

Zware regen en prachtige wegen

Het is waar Noorwegen om bekend staat: slecht weer en prachtige natuur. We hebben het allebei meegemaakt afgelopen week. Als we vanuit Flåm vertrekken is het nog heerlijk weer. We besluiten dan ook om de 24 kilometer lange tunnel rechts te laten liggen om vervolgens één van de moeilijkste en mooiste passen van Noorwegen te rijden; de moeilijkheidgraad zit in de steilte, gecombineerd met smalle wegen waar je hier en daar echt geen andere auto’s tegen moeten komen. In tegenstelling tot de ervaring in Frankrijk is het wel overzichtelijk en zie je gelukkig vaak ruim van te voren andere auto’s aankomen, zodat één van de twee meestal gemakkelijk kan stoppen bij een uitwijkplaats. Lastiger wordt het als er meer auto’s achter elkaar komen, zeker als het dan ook nog eens drie campers zijn. Al manoeuvrerend passeren we elkaar toch nog vrij snel. Gelukkig is het, zelfs op zondag, rustig op de pas. Boven rijden we tussen muren van sneeuw en het uitzicht is geweldig.







Die dag eindigt de rit vlak bij de Nigardsbreen, één van de uitlopers van de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het Europese vasteland, die alle toppen van de bergen in de omgeving volledig bedekt. Het was leuk geweest om er nog dichterbij te komen, maar voor kinderen onder de zes is dat een te gevaarlijke onderneming. We moeten het dus doen met een fietstochtje naar de parkeerplaats waar de boottocht naar de gletsjertong begint. Daar hebben we wel een prachtig uitzicht op de gletsjer en zien we stukken ijs en steen met geweld naar beneden storten; niet alleen voor 6-min gevaarlijk, die gletsjers…

De volgende dagen rijden we via prachtige wegen naar verschillende campings. Tomtom vertrouwen we niet blindelings, maar als we op de kaart zien dat de weggetjes minimaal ‘geel’ zijn, vertrouwen we het wel. Als ze ‘wit’ zijn, vragen we het toch voor de zekerheid even na bij de locals, die dan altijd weer een goed advies hebben voor mooie alternatieven, die onontdekt lijken. In eerste instantie rijden we alleen op grotere (wolken)hoogte in de regen, maar later regent het overal. We hebben wel vier dagen achter elkaar gereden, dus besluiten we een dagje extra op een camping door te brengen. Helaas, de hele dag stromende regen; de tijd stuk slaan dus in de camper met spelletjes spelen, laptop-televisiekijken, boekjes lezen, puzzeltjes maken en dat soort slecht weer activiteiten. Dan is het toch fijner een ritje te rijden, want de omgeving blijft geweldig, ook met slecht weer.


Wij hebben het idee dat we het slecht getroffen hebben, maar op een camping waar we aankomen, regent het al 3 weken achter elkaar! Daar in de buurt zijn de sporen dan ook zichtbaar: woest kolkende rivieren, bruin van al het zand dat ze overal meespoelen, ver buiten hun oevers getreden (we moeten ook een stuk omrijden, omdat de weg is onder gelopen) en van alles meesleurend. De meren zijn vies van de troep die de rivieren erin geloosd hebben. Intussen hebben we begrepen dat Kongsberg het nieuws in Nederland ook bereikt heeft. Dat is de stad waar de grote rivieren uit de zijdalen samen komen, vlak voordat het water geloosd wordt in de Oslofjord. Wateroverlast in Kongsberg dus.

Als het slechte weer voor ons weer voorbij is staan we op de camping bij een ouder echtpaar uit Leeuwarden. Zij zijn al bijna vier weken onderweg en snakken naar een beetje kleinkinderen-opa/oma-aandacht. Voor onze kinderen is het al niet anders. Al snel is het contact met de surrogaat-opa-en-oma gelegd en in no-time zijn de kinderen zo aan hen gewend, dat ze aan de hand meelopen alsof het hun eigen opa en oma zijn (niet jaloers worden Gaanderen en Hoevelaken!).

Donderdag zullen we Boris, Sabine, Mathijs en Jochem zien. Daarom zitten we nu weer een stukje zuidelijker, wat dichter bij de plek waar we hen zullen treffen. Het is hier de rand van de Hardangervidda, een woeste en vrijwel onbevolkte hoogvlakte. Voor het eerst in Scandinavië zijn hier op de camping ook weer eens Nederlandse kinderen. Dieuwke geniet van het samen spelen met haar Nederlandse vriendinnetje. Het leeftijdsverschil van ruim drie jaar maakt niets uit. Ze speelt ook graag met haar grote nicht Mairin, die even oud is.

dinsdag 3 juli 2007

Flåmbanen

zaterdag 30 juni

We denken op tijd van de camping te vertrekken, maar helaas is het treintje volgeboekt dat we wilden hebben. Dan maar het volgende. Dat geeft even gelegenheid om in de toeristenshop rond te neuzen. De koopwaar varieert van vreselijke kitsch prullaria tot grappige souvenirs. En, niet te vergeten prachtige waterdichte fleecevesten, waar Windy’s oog op is gevallen, de hele dag niet meer uit haar hoofd kan zetten en Peter bij terugkomst er eentje voor zichzelf koopt (en Windy uiteindelijk niets heeft… (red.: deze insinuatie schetst een wel zeer eenzijdig en slachtofferig beeld)). De Flåmbanen is echt een enorme toeristische trekpleister, zoals ook alle geparkeerde bussen getuigen. In ons treintje zit ook een groep Spanjaarden waarschijnlijk, want alle toeristische informatie wordt in het Engels, Noors en Spaans verteld. Tegen de tijd dat het Spaans aan de beurt is, is de bezienswaardigheid overigens al weer bijna aan het oog onttrokken.
Het uitzicht uit de trein is werkelijk geweldig. Als we bij de beroemde waterval komen, stopt de trein even om foto’s te kunnen maken. De waterval is echt indrukwekkend. Dieuwke vindt het maar niks dat het daar regent. Dat we nat worden van het opspattende water kan ze blijkbaar niet echt bevatten. Het eindpunt Myrdal ligt op de grote spoorlijn Oslo – Bergen. Meer dan 5 huizen hebben we er niet kunnen tellen. Vreselijk om hier te wonen: aan de ene kant ver van de echte bewoonde wereld en in een prachtige omgeving, maar wel 10 keer per dag een lading toeristen, die voor je huis stopt.



Vrijwel iedereen blijft in de trein zitten bij het eindpunt, om direct weer terug te keren naar Flåm. Wij niet. De campingbaas gaf ons de tip om te lopen naar het laatste station voor Myrdal: een hotel in de middle-of-nowhere, met weer 20 keer per dag een trein die er stopt (heen en terug); een wandeling van anderhalve kilometer. Het is een prachtige wandeling. In het begin lijkt het eindeloos te worden, omdat Tijmen alle stenen die hij ziet wil meenemen en vreselijk boos wordt als we willen dat hij ze laat liggen. Uiteindelijk neemt Peter hem maar op zijn nek. Dieuwke is vervolgens weer eens verontwaardigd dat Tijmen wel gedragen wordt en zij niet. Dat is echter als we bergafwaarts gaan. Zo gauw we het laatste stuk de bult op moeten heeft ze de sokken erin en is ze echt niet bij te houden. We laten haar maar lopen in de veronderstelling dat ze zichzelf wel tegen komt. Niet dus, ze klaagt boven alleen dat ze het een beetje warm heeft. Bij het hotel zijn we de enigen, maar daarom niet minder welkom. We eten een heerlijke lunch buiten in de zon. Als de trein op weg naar Myrdall arriveert, stapt er een enorme groep Fransen uit, voor een verlate lunch in het hotel. Opvallend is dat ze allemaal druk in gesprek zijn en nauwelijks om zich heen kijken. Waarschijnlijk heeft de hostess hen niet verteld dat het daar mooi is. Voor ons is het wel gunstig dat ze zijn uitgestapt, want als we instappen als de trein weer langs komt is de achterste coupé helemaal leeg, terwijl de rest van de trein overvol is.

Opnieuw bij de waterval aangekomen wil Dieuwke eerst niet de regen in. Op de heenweg had ik al gezien dat er twee dames onder begeleiding van vage mystieke muziek een dans opvoeren,
halverwege de berg in de dampen van de waterval, op zo’n 100 m van het perron. Als ik het Dieuwke vertel, wil ze toch persé naar buiten. Ik begrijp niet wat het dansen van twee dames in blauwe gewaden op vreemde muziek, toevoegt aan het indrukwekkende van het geheel. Dieuwke blijkbaar wel, die is helemaal in vervoering en raakt het laatste stuk van de reis niet uitgepraat over de dansende dames.

Halverwege het traject is het enige stuk waar dubbel spoor ligt. Daar passeren twee treinen elkaar. De trein die staat te wachten tot wij binnen komen zit vol Japanners, die spontaan zwaaien. Dieuwke zwaait enthousiast terug, waardoor het enthousiasme nog groter wordt. Als uiteindelijk ook Tijmen naast haar komt staan zwaaien, is het hek van de dam: een hele coupé Japanners staat in dolenthousiaste aanbidding te zwaaien naar onze kinderen.

Noorwegen

vrijdag 29 juni

Als we met de boot aankomen in Bergen is het nog steeds stralend weer. Was er niet een ‘legende’ dat de honden in bergen blaffen als ze iemand zonder paraplu zien lopen? Nou, vandaag zullen ze de longen uit hun lijf geblaft hebben. Zo gauw we de stad uit zijn is het al Noorwegen we het om waarderen: ruige bergen, watervallen, fjorden en geen gejakker, al zitten we nog steeds op de hoofdweg van Bergen naar Oslo. En, een minder feest der herkenning: de tunnels. Geen van de tunnels is zonder bocht of helling, wat concentratie vraagt tijdens het rijden. Gelukkig zijn ze op deze weg nog redelijk verlicht. Van onze eerdere Noorwegen-ervaring weten we dat dat op andere plekken een stuk minder zal zijn.

Eén van de doelen is het treintje van Flåm naar Myrdall, een technisch hoogstandje van de Noorse ingenieurs. We zitten er zo dichtbij dat we besluiten daar maar meteen op af te gaan. Dus gaan we naar de camping in Flåm. Vlakbij de camping is een stenenstrandje, waar een stroompje overheen loopt, dat
uitkomt in de fjord. Dieuwke is zo zwemverslaafd dat ze een duik neemt in de ijskoude fjord. Meer dan drie slagen zwemmen wordt het niet, maar ze heeft het wel gedaan! Van Tijmen zijn we al gewend dat hij stenen en water een ideale combinatie vindt, hij vermaakt zich weer uitstekend met stenen gooien in het water en water en stenen van de gieter in de emmer gieten.

Op zee

do/vrij 28/29 juni

Als een flatgebouw van 60 duizend ton schuift de m.s. Prinsesse Ragnhild van de Color Line door de golven. Vanuit ons raam op de achtste verdieping lijken de golven onbeduidend, maar met de forse wind kan het niet anders of het moeten stevige jongens zijn. Schuimkoppen en af en toe een omslaande kop, was dat nu windkracht vijf of zes? Gelukkig komt de wind recht van voren, zodat het schip nauwelijks stampt. Een half uur na vertrek brak een waterig zonnetje door, en een paar uur verder is de lucht strakblauw. Denemarken is vanuit onze positie al lang niet meer te zien; het land is achtergebleven onder een mistroostige loodgrijze deken. Tot over een krappe vier weken!
Op volle zee schuiven we een zeilboot voorbij. Nauwelijks zichtbaar tussen de golven, larveert-ie zich zwaar overhellend een weg naar het noordwesten. Dezelfde richting als wij. Zijn nietigheid benadrukt vooral de absurde dimensies van ons schip. Tijmen slaapt, Windy en Dieuwke verkennen de taxfree shop, en waarschijnlijk vermaken de 1696 andere passagiers zich met soortgelijke activiteiten. Of met drinken, getuige de langsschuivende alcoholdampen in de gangen.

Gisteren zeilden we zelf nog. We deden met de camper althans een behoorlijk geslaagde imitatie daarvan. De wind was ’s middags afgenomen tot een continue windkracht acht, en we besloten het er op te wagen. De boot bij Hirtshals wacht immers niet. De eerste twaalf kilometer op de kustweg naar het noorden vergden concentratie. Een snelle berekening leerde ons dat de zijkant van de camper eenzelfde zeiloppervlak heeft als een zestienkwadraat, een veelgebruikte zeilboot. Hand strak aan de helmstok dus.
De camping lieten we verwaaid en in desolate toestand achter. De schade bedroeg zeker acht volledig vernielde voortenten en drie all-season huurtenten.
De zware wind en de hoosbuien onderweg laten ook ons campertje niet onberoerd. De 100 km per uur wordt ook op de snelweg maar met moeite bereikt. De ruitenwissers staan regelmatig in de snelste stand, en de slagregens dringen zelfs door de afdichting van het vastgeschroefde raampje aan de voorkant van de alkoof.

We zijn op weg naar Bergen in Noorwegen, op een hoogte waar het in deze tijd van het jaar niet echt donker wil worden. Vanavond zullen we met kaart en gids eens bezien hoe wat ons traject in Noorwegen zal zijn. Hoewel, we hebben geleerd dat onze plannenmakerij in de praktijk toch vaak heel anders uitpakt.

Voor broer en zus is deze zeereis een feest. Tijmen is niet weg te slaan bij een miniatuurweergave van het schip, waarin onze camper tot in dinky toy-formaat is teruggebracht. Dieuwke wil dolgraag haar speciaal voor deze trip gemaakte tekeningen aan de kapitein overhandigen.

Als de kinderen moeten slapen, weten we onze verduisteringsgordijnen van de camper te waarderen. Die hebben we in de hut niet en dus wordt het er niet donker. Natuurlijk zijn het bed en de geluiden ook helemaal vreemd, maar Tijmen valt pas tegen 11 uur in slaap. Toch zijn we blij dat we een buitenhut genomen hebben, we genieten van het uitzicht als we inStavanger aankomen met zonsondergang (de boot heeft daar een tussenstop) en de volgende ochtend als we vanaf twee uur voor aankomst de kust van Noorwegen zigzaggend moeten doorvaren.