woensdag 27 juni 2007

STORM

Helaas is het doorbreken van de zon gistermiddag geen voorbode voor blijvend mooi weer. Tegen 1 uur ’s nacht gaat het stormen en hozen. We liggen te schudden in de camper, het gaat buiten vreselijk tekeer. En we waren nog wel vroeg naar bed gegaan om vanochtend op tijd te vertrekken. Van slapen is de hele nacht nauwelijks iets gekomen, wat een gebulder en geschud. Om 4 uur besluit Peter zijn bed uit te gaan om de hoes van het fietsenrek af te halen. Die vangt veel te veel wind en het fietsenrek trekt dan te hard aan de camper. De hoes gaat er niet af, maar de schade wordt beperkt gehouden. Terwijl we buiten bezig zijn begeeft de voortent van onze buurcaravan het. Ze zijn zelf niet aanwezig. Met gevaar voor eigen leven, vanwege de rondvliegende stokken en haringen probeert Peter nog iets van de tent te redden. Tevergeefs, intussen hangt de tent te beuken in de wind, treurig aan flarden en dat worden er steeds meer. Als Dieuwke om 5 uur ook wakker wordt en er even bij komt zitten, vindt zij het wel komisch. Ze relativeert de trieste situatie met haar opmerking dat de tent met elkaar aan het spelen is. En als je het zo bekijkt lijkt het inderdaad wel of de tent grote lol heeft, spelend in de wind.

Later op de ochtend is de wind nog niet gaan liggen. Het lijkt niet verstandig met de camper de weg op te gaan. Van de man van de receptie begrijpen we dat de verwachting is dat het in de middag beter wordt. We besluiten dus het weer even af te wachten en later vandaag alsnog richting Hirtshals te vertrekken. Hopelijk gaat de wind liggen, want zelfs als de boot vaart met dit weer, zal het zeker geen pretje zijn aan boort.

Een regendag

Voor het eerst hebben we een dag (maandag) waarop het maar heel af en toe droog is. Alles gaat dan nog een versnelling lager, zodat we pas om 10:30 uur aan het ontbijt zitten. De kinderen vermaken zich prima spelend en donderjagend op hun bed, en met papa tekenend op een tekenbord en dan maar raden wat het moet voorstellen. Nadat Tijmen zijn late middagslaap gedaan heeft (en Dieuwke Lars de IJsbeer heeft zitten kijken, en wij lekker hebben zitten lezen), gaan we naar het overdekte zwembad, dat deze camping rijk is. Daar zijn de kinderen niet meer weg te slaan. Tijmen vindt het nu ook geweldig in het water, en dat heeft waarschijnlijk alles te maken met de temperatuur. Bij dit zwemwater hoef je niet te wennen aan de temperatuur, het is echt aangenaam warm. Het zwembad heeft ook nog een geweldige glijbaan, waar de kinderen maar geen genoeg van kunnen krijgen. Peter is nog maar net met Tijmen terug in het water, of hij (Tijmen) roept al ‘nog een keer!’. Dieuwke is een grote held en gaat helemaal alleen van de glijbaan af, zelfs achterstevoren op haar buik. Voordat we het weten is het 7 uur en dan moet er nog gekookt en gegeten worden. Ook al was het een regendag, hij is toch nog te kort. Gelukkig is het lang licht, zodat we niet het idee hebben dat het al 11 uur is voordat Peter aan de afwas gaat…

De volgende ochtend (dinsdag) was het weer ook niet best. Daarom hebben we besloten nog een nachtje op deze camping te blijven en ‘s middags weer naar het zwembad te gaan. Tegen twee uur breekt de zon door en gaat de wind liggen, het wordt toch nog lekker weer.

Woensdag wordt het weer een dagje rijden, richting Hirtshals. Daar nemen we donderdag de boot naar Bergen, Noorwegen. Dieuwke verheugt zich op de bootreis, die bijna 24 uur duurt: ‘gaan we dan ook eten en slapen op de boot? Jippie!’

maandag 25 juni 2007

Fietsen op het strand

Op de planning staat een fietstochtje richting het strand. Heerlijk, voor het eerst op onze reis zal de tocht echt vlak zijn, geen heuvels te bekennen. Dat wordt een lekker licht ritje. Fietsen zoals in Nederland, hooguit wat tegenwind. Helaas, vlak fietsen blijkt geen garantie voor licht fietsen. Tijdens de vorige heuvelachtige ritten hebben we nog nooit zo lang achter elkaar in de lichtste versnelling gefietst; deze tocht wel, toch zeker 4 km.

Als we bij het strand staan kunnen we de verleiding niet weerstaan om de auto’s achterna te gaan het strand op. In het begin gaat het eigenlijk prima, goed stevig zand. Natuurlijk niet het comfort van hard asfalt, maar er is goed op te fietsen. Met vlagen gaat het toch wat zwaarder, het zand wordt muller. Het is een kwestie van vaart houden, anders staat je stuur zo dwars en sta je helemaal stil en ben je gedwongen af te stappen. Dat afstappen valt nog niet mee op een herenfiets (allebei) en hoge kinderzitjes achterop. Helaas gebeurt het toch. Maar, we houden vol, we willen die zee van dichtbij zien en wellicht zelfs voelen. Dus op iets harder zand stappen we weer op en fietsen weer verder. Oh oh, roepen ook de kinderen achterop. Ze voelen het al aankomen… we staan weer stil. Windy is enigszins in het voordeel, omdat ze veel grover profiel op haar banden heeft. Maar, ook dat blijkt geen garantie om te kunnen blijven fietsen. Je moet je voorstellen dat het grootste deel lijkt op vastgereden zand op de vloedlijn, waar dan opeens een stuk van 2 meter een stuk ruller is.

Na wat een eindeloos stuk fietsen lijkt, is de zee nog nauwelijks dichterbij gekomen. De duinovergang waar we vandaan komen, is gelukkig wel iets verder weg. We besluiten dat we het wel best vinden zo. Spelen in het zand is ook leuk, daar heb je niet persé water voor nodig. Bovendien hebben we de meeste auto’s achter ons gelaten, wat ons doet vermoeden dat het laatste stuk niet veel beter zal worden. Dus we parkeren de fietsen en hebben grote lol in het zand. De weg terug gaat iets beter dan de heenweg. We hebben dan de wind mee en daardoor is het gemakkelijker om vaart te houden. Terug aan de andere kant van de duinen rijden we via een paar onverharde weggetjes, die door prachtig duingebied gaan, naar de camping terug. Uiteindelijk is het toch minder vermoeiend dan een bult op fietsen, maar we zijn blij dat we allebei nog steeds een goede conditie hebben…

zaterdag 23 juni 2007

Onze reis, deel 2

Het voelt alsof we aan deel 2 van onze reis begonnen zijn. Vanuit Frankrijk zijn we met tussenstops in Zwitserland en Duitsland toch maar even naar Nederland gegaan. De motor van de camper is nu volledig hersteld bij de garage waar hij altijd in onderhoud is geweest (gelukkig was het inderdaad slechts het relais). Toevallig is die garage vlakbij de ouders van Windy (echt toevallig) en misbruiken we hun tuin tijdelijk als camping. En, hun huis als toiletgebouw, overdekte speeltuin, wasserette, restaurant en toegegeven, één nachtje als hotel. Maar, de kinderen zijn al zo gewend om in de camper te slapen, dat we de tweede nacht toch maar in onze vertrouwde nesten geslapen hebben. En, dat sliep voor de kinderen inderdaad een stuk beter (en dus ook voor ons…).

Nu zijn we weer verder op weg naar het noorden. Het bezoek aan Gaanderen is geen hinderlijke onderbreking geweest. Als we het van tevoren gepland hadden, had ons dat vast geen goed idee geleken. Nu komt het prima uit, het is alsof we weer opnieuw op vakantie gaan met een schone camper, schone kleren, gerepareerde motor en het achterlaten van overbodige spullen. Waarschijnlijk scheelt het dat er geen werkbeslommeringen tussendoor gekomen zijn, want nu we opnieuw op de camping zijn, zijn we weer volledig in vakantiesfeer; en eigenlijk zijn we dat steeds gebleven, ook in Gaanderen, waar we goed verzorgd zijn.

We zijn ook nog even op bezoek geweest bij Windy’s opa. Hij ligt intussen niet meer in het ziekenhuis, maar het gaat niet goed met hem en het hoeft voor hem ook niet meer zo. Heel erg voorstelbaar als je een leven van 95 jaar achter de rug hebt en nu lichamelijk steeds verder aftakelt. Mentaal lijkt opa niet anders dan we hem altijd gekend hebben. Hij is beter op de hoogte van de actuele politieke ontwikkelingen dan wij en hij krijgt het allemaal heel goed mee. Ik heb altijd gedacht dat dat een voorwaarde was voor mij om (echt) oud te willen worden: dat ik geestelijk scherp zou blijven, maar misschien is het wel gemakkelijker om allemaal niet meer zo goed mee te krijgen wat er allemaal met je gebeurt. Het is wel triest om hem in zijn kamer in het bejaardenhuis te zien, waar hij zich maar al te zeer bewust is van zijn situatie, weinig afleiding heeft en met zijn zuurstofslangen aan zijn stoel gekluisterd zit. En nu ook nog met zijn benen hoog moet zitten, omdat zijn hart niet meer goed functioneert. Vlak voordat we op reis gingen lag hij ook in het ziekenhuis. Bij het afscheid toen waren we er van overtuigd dat we hem ruim drie maanden later verslag zouden doen van onze reis. Nu weet ik helemaal niet zo zeker of we hem ook nog kunnen vertellen hoe Noorwegen was, vooral omdat hij zelf helemaal niet meer wil. Het geeft het gevoel of hij ’s ochtends teleurgesteld wakker wordt als hij nog leeft en niet rustig in zijn slaap is overleden. Gelukkig zijn mijn ouders weer terug uit Frankrijk en krijgt hij nu weer meer bezoek en ondersteuning, hoewel dat voor mijn ouders ook een behoorlijke belasting is. Hopelijk blijft het weer ook goed, zodat hij er misschien nog eens met de rolstoel uit kan. Het is even omschakelen, maar het geeft ook het gevoel dat het goed is dat we er nu van genieten.

Intussen zijn we in Denemarken beland. We zitten op Rømø, het enige waddeneiland dat rijdend over een dijk bereikbaar is. De sfeer heeft wel wat van de Nederlandse waddeneilanden, maar het gebrek aan een bootreis zorgt er toch voor dat het echte eilandgevoel ontbreekt. Aan de andere kant: zonder dijk waren we hier nooit naartoe gegaan en het is hier wel mooi. We hebben hier de mogelijkheid om met de auto het strand op te rijden, maar of we dat wagen met onze zware camper… In het Franse Annecy zaten we bij vertrek ook behoorlijk vast in de modder.

woensdag 13 juni 2007

… en we zijn weer compleet

Peter is weer terug uit Mexico. Om hem op te halen herhalen we de trip van de week ervoor, met z’n vieren in de auto naar het vliegveld in Genève. Daar zijn de kindjes door het dolle heen om papa weer te zien. De hele weg terug gaat het erom wie het hoogste woord heeft om papa bij te praten van de afgelopen week. Dieuwke is helemaal vol van de tocht met het kabineliftje in Mégève, waar we zaterdag geweest zijn. Boven is het niet zulk mooi weer, en het complete uitzicht over het Mont Blanc-massief moeten we bij elkaar combineren van de stukjes die we afwisselend door de wolken zien. Die stukjes zijn al erg indrukwekkend. Op een heldere dag moet het uitzicht adembenemend zijn. Boven is het verder erg stil. In het hoogseizoen zal het er krioelen van de wandelaars, mountainbikers en kabelbaangangers naar het restaurant (en in de winter van de skiërs en snowboarders natuurlijk). Nu draait op de terugweg de lift zelfs voor ons alleen. Achteraf blijkt dat we geluk hebben: het is de eerste dag van het zomerseizoen dat de lift draait. Dat het uitzicht niet geweldig is en het restaurant gesloten, deert Dieuwke niet zo. Het gaat om de kabelbaan en die is geweldig! Dolenthousiast is ze vooral als we weer terug gaan en het eerste stukje vrij steil naar beneden duiken. Tijmen is minder enthousiast. In tegendeel, hij zit bij opa op schoot en vindt het helemaal niks. Hij wil niet naar buiten kijken en al helemaal niet naar beneden. Gelukkig vindt hij de frietjes wel erg lekker, die we in het restaurant eten als we weer beneden zijn, zodat het voor hem toch ook een beetje een feest-tripje is.

Dieuwke vertelt papa in de auto ook honderduit over het zwembad. Daar zijn we de afgelopen week dan ook heel veel geweest. Dieuwke kan met haar kurkjes al heel goed zwemmen, zonder problemen steekt ze zwemmend twee keer op-en-neer het zwembad over. Als opa haar overgooit naar mama of oma gilt ze het uit van plezier, ook al duikelt ze daarna helemaal onder water. In het zwembad heeft Tijmen de grootste lol met zijn gietertje. Die laat hij niet meer los. Hij is alleen het water in te lokken als we de gieter erin gooien en hij hem weer wil halen. En natuurlijk gebruikt hij de gieter het liefst waarvoor hij bedoeld is en krijgen alle bloemetjes water!

Vanochtend zijn opa en oma weer vertrokken. Windy’s opa ligt in het ziekenhuis, vandaar dat haar ouders zo snel mogelijk weer terug naar Nederland gaan, nu Peter terug is uit Mexico. Tijmen en Dieuwke zijn wel een beetje verdrietig. Het lijkt ook wel kaal, nou de caravan van opa en oma niet meer tegenover ons staat.

Morgen gaan we zelf ook weer verder, op weg naar Noorwegen. Met in ieder geval een tussenstop in Nederland, om het euvel met de radiator te laten verhelpen.

We hebben intussen begrepen dat er vermoedens zijn dat we helemaal niet op reis zijn, maar de hele weblog bij elkaar fantaseren. Om het geheel wat geloofwaardiger te maken, hebben we getracht foto’s toe te voegen, eerst even aan de oude blogs.

Mexico

In het laatste zonlicht draait het vliegtuig een langzaam dalende bocht. Onder ons maakt de Golf van Mexico plaats voor de onafzienbare boomvlakten van Yukutan. De bomen zien er merkwaardig aangetast uit. Orkaan Katherina en haar collega’s hebben hier afgelopen jaren hun sporen getrokken over het schiereiland. Schuin voor ons verschijnen de lichtjes van Cancun, waar de winnaars van de Philips ‘Quality Improvement Competition’ een week gaan genieten van een uiterst luxueuze werkvakantie.

Het afscheid gisteren in de vertrekhal van Geneve was moeilijker dan verwacht. Voor het eerst in vijf weken ben ik niet meer bij ons gezin. Dieuwke heeft het zwaar bij opa op de arm. Gelukkig zullen opa en oma Gaanderen het leed voor Windy en de kinderen wat verzachten.

Twee uur later doen de mensenmassa’s op Schiphol hectisch en bijna agressief aan. Sinds Koninginnedag zijn we blijkbaar in de laagste versnelling beland. Ik bel Mark en Bie en even later zitten we samen te eten in de Amsterdamse binnenstad. Het is een lange en gezellige avond, en met de allerlaatste pendelbus kom ik aan bij mijn hotel op Schiphol.

’s Ochtends tref ik mijn collega’s voor de incheckbalie van Schiphol. Kleding variërend van losjes formeel tot beach wear. Ik zit duidelijk in de laatste kledingcategorie. De sfeer is uitbundig; een stel kerels op schoolreisje. Daarnaast is het een prachtig team, dat ondermeer door zijn samenstelling een ongehoord resultaat heeft neergezet.

Cancun ligt op vijftien uur vliegen van Amsterdam, met een tussenstop in Atlanta. Dertig jaar geleden was dit gebied economisch onbeduidend. Er werd een strip aangelegd met een batterij luxe hotels, met als voornaamste attracties het weer en de magnifiek mooie zee. Sindsdien behoort het tot de voornaamste strandbestemming voor de vermogende Amerikaan.

Ons hotel behoort hier tot de topcategorie. Een immense, marmeren hal, vier restaurants, een groot aantal bars en slechts vierhonderd kamers, allemaal van marmer en met uitzicht op zee. En bijna allemaal gehuurd door Philips voor een all-in arrangement. In de kamer ligt een handgeschreven welkomsbrief van de kamermanager. In het zwembad zwem je loom naar de bar om een Pina Colada te bestellen, die in het water geserveerd wordt. Vervolgens draai je je om en kijk je uit over de Caribische branding twintig meter verderop. Een duik daarin vergt nogal wat uithoudingsvermogen, want de golven zijn op een rustige dag gemakkelijk twee meter hoog. Maar eenmaal weer terug op het droge neem je een douche op het strand, grijpt een handdoek van de bar of duikt weer in het zwembad. Om vervolgens richting bar te zwemmen. Gelukkig ben ik gewend aan afzien.

Vanwege het tijdverschil van zeven uur wordt het de eerste dag een vroeg ontbijt. Daarom besluiten we al vroeg met een huurauto richting Chichen Itza te rijden, een immens complex van Maya-tempels op bijna drie uur rijden van Cancun. Chichen Itza zelf is heet, oud en indrukwekkend. Helaas mogen we de hoogste piramide niet meer beklimmen. De trap is zo steil en hoog dat de meeste toeristen toch al op hun achterwerk de afdaling ondernamen. Vorig jaar echter is een toerist onvrijwillig te snel afgedaald, wat ze niet heeft overleefd. Op de terugweg blijkt de trip met de huurauto ook zijn nadelen te hebben ten opzichte van een georganiseerde bustrip. We missen de oprit naar de rustige snelweg, en blijken op een B-weg beland te zijn. Die leidt door een groot aantal dorpjes met een nog veel groter aantal verkeersdrempels, waardoor de terugreis ongeveer dubbel zoveel tijd in beslag neemt. Hier heerst de armoede. Krotten, modder, luierende mannen, babbelende vrouwen, en heel veel kinderen. Avontuur in blik met airco. In het hotel snel naar de natte bar voor een cocktail.

Woensdag bouwen we onze stand op tussen Philips-collega’s uit de hele wereld. Vooral de Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd, wat met de vanuit de Verenigde Staten gestuurde organisatie het event een zwaar Amerikaans accent geeft. ’s Middags nemen we een duik in de zware branding.

Donderdag is Tijmen jarig, en ik ben er niet. Dat doet pijn. Donderdag is ook de eerste dag van de competitie. Een echte competitie, hoewel aanwezig zijn bij de wereldfinale in feite al de prijs is. Maar nu we hier zijn willen we winnen, zeker als we in de wandelgangen horen dat ons verhaal een zeer goede kans maakt om ook hier eerste te worden. We krijgen dan ook veel aanloop en management-attentie. Al gauw leren we echter dat alleen een goed verhaal niet voldoende is. De jurering is ook Amerikaans getint. In tegenstelling tot bij de lokale finale is hier het precies volgen van regeltjes voor veel juryleden blijkbaar van belang.

Kortom, we winnen niet. In de bar voelen we ons de morele winnaars. Zelfs karaoke is dan leuk.

De laatste dag schepen we in op een catamaran voor een zeiltrip naar Isla Mujerte. Bob Marley en Bounty. Bij het snorkelen waan je je in het aquarium van Blijdorp.

Terug op Schiphol is het tijd voor afscheid van de teamleden. In de afgelopen week is het bijna een vriendenclub geworden. Zij gaan nu terug naar de wereld van de afkortingen en ik vlieg door naar de camper. Een rare gewaarwording.

woensdag 6 juni 2007

De familie is verdeeld

Peter zit intussen in Mexico. Dieuwke wilde graag mee om hem weg te brengen naar het vliegveld in Geneve. Dus, maandag gingen we met z’n 5-en (mijn moeder bleef op de camping) op weg. We hebben geen Zwitsers autobahn-vignet, dus mogen we vanaf de grens niet meer op de snelweg. Het valt niet mee om het vliegveld te vinden, zonder gebruik te maken van de snelweg. Dankzij Tomtom lukt het ons toch en zijn we ruim op tijd. Peter blijkt een vlucht eerder naar Schiphol te kunnen nemen, zodat hij veel vroeger in Amsterdam is. Hij heeft daarmee nog tijd voor een etentje met Mark en Bie (erg geslaagd, zoals blijkt uit zijn sms-je). Het afscheid in Geneve is wel een beetje moeilijk. Dieuwke is erg verdrietig, ook nog in de auto, omdat ze papa een week moet missen. Gelukkig is ze er toch wel snel overheen als ze bedenkt wat ze allemaal voor hem wil maken als cadeautje voor zijn terugkomst (Peter, dat mag jij even niet lezen J). Als we terug zijn op de camping is het erg warm en plonzen we met z’n allen in het zwembad.

De volgende ochtend is Tijmen even op zoek naar papa. Ik laat hem zien dat hij niet boven in het bed ligt. Dan is hij er van overtuigd dat papa buiten moet zijn. Ook daar blijkt hij niet te zijn. Even is Tijmen in de war, maar al snel is hij weer afgeleid: bij opa en oma in de caravan kun je in bed televisie kijken!

vrijdag 1 juni 2007

De Franse Alpen

We zijn in twee etappes naar de Franse Alpen gereden, waar we gisteren aankwamen. Uiteraard duurt het Dieuwke veel te lang voordat opa en oma er zijn en dan gaat het ook nog regenen! En niet even een buitje, nee, het lijkt niet meer op te houden. Dat is lang geleden. Bij de laatste ‘regen’ die we hadden, werd de was nog altijd droger als we die buiten lieten hangen, dan als we die binnen haalden. De voorspellingen zijn gunstig, dus we verwachten dat het nog een lekkere week zal zijn aan het meer van Annecy.

Windy heeft als vierjarig kind hier in het meer leren zwemmen, op de camping naast die waar wij nu zitten. Niet dat ze dat zelf nog weet, maar haar ouders weten het te vertellen tegen Dieuwke, die ademloos luistert naar de verhalen van de tijd dat mama net zo oud was als zij nu.

We zouden bijna vergeten te vertellen dat de motor een klein probleempje heeft, en dat al sinds de Gorge du Verdon. Bij het uitschakelen van de motor gaat de ventilator niet meer uit en blijft uitsluitend in de hoogste stand loeien (voor zover interessant: waarschijnlijk de thermostaat of een relais). Dus, iedere keer als we ergens (iets langer) stil staan, gaat de motorkap open en wordt de ventilator ontkoppeld van de thermostaat. Bij vertrek gebeurt het omgekeerde. We hebben toch maar even de ANWB-alarmcentrale gebeld (we hebben niet voor niets zo’n reis-en-kredietbrief) om te vragen of we er voorlopig zo mee door kunnen rijden. Dat blijkt geen probleem te zijn. Dat doet ons denken aan de tijd dat we in Zweden met een lekke koppakking stonden. Op dat moment was het geen fijne ervaring, maar mede door de goede steun van de ANWB hebben we er zeker geen trauma aan over gehouden. Ook nu gaat de steun veel verder dan alleen het beantwoorden van de technische vraag waarvoor we bellen. Zeker als ze hoort dat we met twee kleine kindjes op stap zijn, wordt er uitgebreid geïnformeerd of we ons redden. Het kan ook een averechts effect hebben: tot nu toe realiseerden we ons nauwelijks dat we ‘een probleem’ hadden, maar nu…

Nee, onze reis gaat voorlopig zorgeloos verder. Voor Peter zijn er vluchten geboekt van Geneve naar Schiphol voor maandag en een week later weer terug. Volgens Tomtom is het goed te doen om Peter even naar het vliegveld te brengen, met de auto van mijn ouders. Het zal wel even wennen zijn als Peter er volgende week niet is. Peter heeft in St. Tropez al kunnen zien in welke decadentie hij volgende week waarschijnlijk zit. Ook voor hem zal het wennen zijn. Het meest echter zullen de kinderen moeten wennen. Nu al loopt Tijmen regelmatig huilend achter hem aan, als Peter alleen even naar de wc gaat. Hopelijk compenseert de aanwezigheid van opa en oma de afwezigheid van papa wat. En, Tijmen bereikt komende week zijn tweejarige mijlpaal. Omdat Peter er dan niet bij kan zijn, en omdat het voor Tijmen zelf wel leuk is als hij wat langer met zijn speelgoed kan spelen, vieren we het morgen al. Het kado van opa en oma is zo groot, dat zij het weer mee naar huis moeten nemen en we het na onze reis in Gaanderen ophalen.
De camping beschikt over een wat krakkemikkige wifi-verbinding, maar we kunnen er onbeperkt gebruik van maken. Tegen betaling, uiteraard. En als-ie werkt.