woensdag 13 juni 2007

Mexico

In het laatste zonlicht draait het vliegtuig een langzaam dalende bocht. Onder ons maakt de Golf van Mexico plaats voor de onafzienbare boomvlakten van Yukutan. De bomen zien er merkwaardig aangetast uit. Orkaan Katherina en haar collega’s hebben hier afgelopen jaren hun sporen getrokken over het schiereiland. Schuin voor ons verschijnen de lichtjes van Cancun, waar de winnaars van de Philips ‘Quality Improvement Competition’ een week gaan genieten van een uiterst luxueuze werkvakantie.

Het afscheid gisteren in de vertrekhal van Geneve was moeilijker dan verwacht. Voor het eerst in vijf weken ben ik niet meer bij ons gezin. Dieuwke heeft het zwaar bij opa op de arm. Gelukkig zullen opa en oma Gaanderen het leed voor Windy en de kinderen wat verzachten.

Twee uur later doen de mensenmassa’s op Schiphol hectisch en bijna agressief aan. Sinds Koninginnedag zijn we blijkbaar in de laagste versnelling beland. Ik bel Mark en Bie en even later zitten we samen te eten in de Amsterdamse binnenstad. Het is een lange en gezellige avond, en met de allerlaatste pendelbus kom ik aan bij mijn hotel op Schiphol.

’s Ochtends tref ik mijn collega’s voor de incheckbalie van Schiphol. Kleding variërend van losjes formeel tot beach wear. Ik zit duidelijk in de laatste kledingcategorie. De sfeer is uitbundig; een stel kerels op schoolreisje. Daarnaast is het een prachtig team, dat ondermeer door zijn samenstelling een ongehoord resultaat heeft neergezet.

Cancun ligt op vijftien uur vliegen van Amsterdam, met een tussenstop in Atlanta. Dertig jaar geleden was dit gebied economisch onbeduidend. Er werd een strip aangelegd met een batterij luxe hotels, met als voornaamste attracties het weer en de magnifiek mooie zee. Sindsdien behoort het tot de voornaamste strandbestemming voor de vermogende Amerikaan.

Ons hotel behoort hier tot de topcategorie. Een immense, marmeren hal, vier restaurants, een groot aantal bars en slechts vierhonderd kamers, allemaal van marmer en met uitzicht op zee. En bijna allemaal gehuurd door Philips voor een all-in arrangement. In de kamer ligt een handgeschreven welkomsbrief van de kamermanager. In het zwembad zwem je loom naar de bar om een Pina Colada te bestellen, die in het water geserveerd wordt. Vervolgens draai je je om en kijk je uit over de Caribische branding twintig meter verderop. Een duik daarin vergt nogal wat uithoudingsvermogen, want de golven zijn op een rustige dag gemakkelijk twee meter hoog. Maar eenmaal weer terug op het droge neem je een douche op het strand, grijpt een handdoek van de bar of duikt weer in het zwembad. Om vervolgens richting bar te zwemmen. Gelukkig ben ik gewend aan afzien.

Vanwege het tijdverschil van zeven uur wordt het de eerste dag een vroeg ontbijt. Daarom besluiten we al vroeg met een huurauto richting Chichen Itza te rijden, een immens complex van Maya-tempels op bijna drie uur rijden van Cancun. Chichen Itza zelf is heet, oud en indrukwekkend. Helaas mogen we de hoogste piramide niet meer beklimmen. De trap is zo steil en hoog dat de meeste toeristen toch al op hun achterwerk de afdaling ondernamen. Vorig jaar echter is een toerist onvrijwillig te snel afgedaald, wat ze niet heeft overleefd. Op de terugweg blijkt de trip met de huurauto ook zijn nadelen te hebben ten opzichte van een georganiseerde bustrip. We missen de oprit naar de rustige snelweg, en blijken op een B-weg beland te zijn. Die leidt door een groot aantal dorpjes met een nog veel groter aantal verkeersdrempels, waardoor de terugreis ongeveer dubbel zoveel tijd in beslag neemt. Hier heerst de armoede. Krotten, modder, luierende mannen, babbelende vrouwen, en heel veel kinderen. Avontuur in blik met airco. In het hotel snel naar de natte bar voor een cocktail.

Woensdag bouwen we onze stand op tussen Philips-collega’s uit de hele wereld. Vooral de Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd, wat met de vanuit de Verenigde Staten gestuurde organisatie het event een zwaar Amerikaans accent geeft. ’s Middags nemen we een duik in de zware branding.

Donderdag is Tijmen jarig, en ik ben er niet. Dat doet pijn. Donderdag is ook de eerste dag van de competitie. Een echte competitie, hoewel aanwezig zijn bij de wereldfinale in feite al de prijs is. Maar nu we hier zijn willen we winnen, zeker als we in de wandelgangen horen dat ons verhaal een zeer goede kans maakt om ook hier eerste te worden. We krijgen dan ook veel aanloop en management-attentie. Al gauw leren we echter dat alleen een goed verhaal niet voldoende is. De jurering is ook Amerikaans getint. In tegenstelling tot bij de lokale finale is hier het precies volgen van regeltjes voor veel juryleden blijkbaar van belang.

Kortom, we winnen niet. In de bar voelen we ons de morele winnaars. Zelfs karaoke is dan leuk.

De laatste dag schepen we in op een catamaran voor een zeiltrip naar Isla Mujerte. Bob Marley en Bounty. Bij het snorkelen waan je je in het aquarium van Blijdorp.

Terug op Schiphol is het tijd voor afscheid van de teamleden. In de afgelopen week is het bijna een vriendenclub geworden. Zij gaan nu terug naar de wereld van de afkortingen en ik vlieg door naar de camper. Een rare gewaarwording.

woensdag 6 juni 2007

De familie is verdeeld

Peter zit intussen in Mexico. Dieuwke wilde graag mee om hem weg te brengen naar het vliegveld in Geneve. Dus, maandag gingen we met z’n 5-en (mijn moeder bleef op de camping) op weg. We hebben geen Zwitsers autobahn-vignet, dus mogen we vanaf de grens niet meer op de snelweg. Het valt niet mee om het vliegveld te vinden, zonder gebruik te maken van de snelweg. Dankzij Tomtom lukt het ons toch en zijn we ruim op tijd. Peter blijkt een vlucht eerder naar Schiphol te kunnen nemen, zodat hij veel vroeger in Amsterdam is. Hij heeft daarmee nog tijd voor een etentje met Mark en Bie (erg geslaagd, zoals blijkt uit zijn sms-je). Het afscheid in Geneve is wel een beetje moeilijk. Dieuwke is erg verdrietig, ook nog in de auto, omdat ze papa een week moet missen. Gelukkig is ze er toch wel snel overheen als ze bedenkt wat ze allemaal voor hem wil maken als cadeautje voor zijn terugkomst (Peter, dat mag jij even niet lezen J). Als we terug zijn op de camping is het erg warm en plonzen we met z’n allen in het zwembad.

De volgende ochtend is Tijmen even op zoek naar papa. Ik laat hem zien dat hij niet boven in het bed ligt. Dan is hij er van overtuigd dat papa buiten moet zijn. Ook daar blijkt hij niet te zijn. Even is Tijmen in de war, maar al snel is hij weer afgeleid: bij opa en oma in de caravan kun je in bed televisie kijken!

vrijdag 1 juni 2007

De Franse Alpen

We zijn in twee etappes naar de Franse Alpen gereden, waar we gisteren aankwamen. Uiteraard duurt het Dieuwke veel te lang voordat opa en oma er zijn en dan gaat het ook nog regenen! En niet even een buitje, nee, het lijkt niet meer op te houden. Dat is lang geleden. Bij de laatste ‘regen’ die we hadden, werd de was nog altijd droger als we die buiten lieten hangen, dan als we die binnen haalden. De voorspellingen zijn gunstig, dus we verwachten dat het nog een lekkere week zal zijn aan het meer van Annecy.

Windy heeft als vierjarig kind hier in het meer leren zwemmen, op de camping naast die waar wij nu zitten. Niet dat ze dat zelf nog weet, maar haar ouders weten het te vertellen tegen Dieuwke, die ademloos luistert naar de verhalen van de tijd dat mama net zo oud was als zij nu.

We zouden bijna vergeten te vertellen dat de motor een klein probleempje heeft, en dat al sinds de Gorge du Verdon. Bij het uitschakelen van de motor gaat de ventilator niet meer uit en blijft uitsluitend in de hoogste stand loeien (voor zover interessant: waarschijnlijk de thermostaat of een relais). Dus, iedere keer als we ergens (iets langer) stil staan, gaat de motorkap open en wordt de ventilator ontkoppeld van de thermostaat. Bij vertrek gebeurt het omgekeerde. We hebben toch maar even de ANWB-alarmcentrale gebeld (we hebben niet voor niets zo’n reis-en-kredietbrief) om te vragen of we er voorlopig zo mee door kunnen rijden. Dat blijkt geen probleem te zijn. Dat doet ons denken aan de tijd dat we in Zweden met een lekke koppakking stonden. Op dat moment was het geen fijne ervaring, maar mede door de goede steun van de ANWB hebben we er zeker geen trauma aan over gehouden. Ook nu gaat de steun veel verder dan alleen het beantwoorden van de technische vraag waarvoor we bellen. Zeker als ze hoort dat we met twee kleine kindjes op stap zijn, wordt er uitgebreid geïnformeerd of we ons redden. Het kan ook een averechts effect hebben: tot nu toe realiseerden we ons nauwelijks dat we ‘een probleem’ hadden, maar nu…

Nee, onze reis gaat voorlopig zorgeloos verder. Voor Peter zijn er vluchten geboekt van Geneve naar Schiphol voor maandag en een week later weer terug. Volgens Tomtom is het goed te doen om Peter even naar het vliegveld te brengen, met de auto van mijn ouders. Het zal wel even wennen zijn als Peter er volgende week niet is. Peter heeft in St. Tropez al kunnen zien in welke decadentie hij volgende week waarschijnlijk zit. Ook voor hem zal het wennen zijn. Het meest echter zullen de kinderen moeten wennen. Nu al loopt Tijmen regelmatig huilend achter hem aan, als Peter alleen even naar de wc gaat. Hopelijk compenseert de aanwezigheid van opa en oma de afwezigheid van papa wat. En, Tijmen bereikt komende week zijn tweejarige mijlpaal. Omdat Peter er dan niet bij kan zijn, en omdat het voor Tijmen zelf wel leuk is als hij wat langer met zijn speelgoed kan spelen, vieren we het morgen al. Het kado van opa en oma is zo groot, dat zij het weer mee naar huis moeten nemen en we het na onze reis in Gaanderen ophalen.
De camping beschikt over een wat krakkemikkige wifi-verbinding, maar we kunnen er onbeperkt gebruik van maken. Tegen betaling, uiteraard. En als-ie werkt.

maandag 28 mei 2007

Time flies en we hebben lol…

We zijn alweer ruim 4 weken onderweg. Intussen is het leven op reis al bijna vanzelfsprekend. De social-talks op de camping, met name bij de afwas, herinneren ons eraan wat een luxe het is om 3 maanden weg te zijn. O ja, het is niet vanzelfsprekend en ook nog eindig! Het gemak waarmee het nu gaat, neemt niet weg dat we volop genieten; van het 'niets moeten', het buiten leven, de omgeving, maar vooral ook van ons vieren. Eigenlijk zijn we wel trots als we Dieuwke hele verhalen horen houden tegen onze Nederlandse buren. Zij zijn nu voor Dieuwke even een vervanging van de opa's en oma's en andersom is Dieuwke dat voor hun kleinkinderen. Ze genieten er duidelijk allemaal van en hebben grote lol. De grenzen zijn ook duidelijk: na een tijdje komt Dieuwke bij ons terug met de mededeling 'de buren gaan nu even een boekje lezen en vanmiddag mag ik weer even bij ze op bezoek komen'. Tijmen steelt op terrassen, in winkels en op de campings behoorlijk de show met zijn blonde krullen, donkere ogen en intussen flink gebruinde huid. En, hij weet wel hoe hij de aandacht moet trekken, het 'flirten' zit er al vroeg in.


Dieuwke geniet vooral van het zwembad. Het gaat met zwemmen zo goed, dat we de zwembandjes weg gedaan hebben en ze nu met kurkjes om zwemt. Ze is niet uit het water te slaan. Als de rest er al tijden uit is, beweert zij klappertandend dat ze het helemaal niet koud heeft en er zeker niet uit wil. Tijmen doe je een groter plezier met het strand. Geweldig zo'n grote zandbak. De serieuze pogingen van papa om echte kastelen te bouwen, snapt hij niet zo; de kastelen worden snel weer geruïneerd. Eindeloos zand scheppen, in een emmertje, emmertje weer leeg, opnieuw zand erin, met een ander schepje, zand door je vingers laten lopen en op je benen gooien ('nee Tijmen, geen zand naar andere mensen gooien').



Water is er voor hem vooral om er stenen in te gooien. Helaas niet altijd even gecoördineerd, zodat we vrezen dat een steen hem of iemand anders nog wel eens zal raken.







We zitten nu nog steeds aan de Côte d'Azur. De afgelopen week is het heet geweest. Zoals verwacht is het ideaal om dan in de buurt van het strand en op een camping met zwembad te zijn. En eigenlijk gebeurt er dan niet zoveel. Daarom verkassen we zo nu en dan, puur voor de

verandering. Zo wilden we naar Cavalaire-sur-Mer. We hadden er al goede verhalen van gehoord, voordat Hans het in zijn reactie in deze blog vermeldde. We hadden de keuze gemaakt voor een camping even buiten het dorp, op 200 m van het strand. Volgens de campinggids staan er bordjes in het dorp naar de camping en er is geen duidelijk adres vermeld (Tomtom zegt meteen aan het begin van het dorp 'bestemming bereikt'). Helaas, we zien één bordje, maar daarna niets meer. We komen wel bordjes tegen van de camping van onze tweede keuze. Wat kunnen we anders doen dan naar die camping te gaan en van daaruit te zoeken naar de camping van onze voorkeur? Dus na één nacht breken we de boel weer op en rijden we 3 km verder. Dat is goed voor de statistieken van de gemiddelde afstand per rit! Dieuwke gelooft niet dat we er echt al zijn! Deze camping is veel meer naar onze zin. Staat veel meer in een 'natuurlijke' bergachtige omgeving, met veel lage bomen en struiken. De plaatsen zijn niet duidelijk afgebakend, hebben al helemaal geen nummer en de plekjes achter onze camper zijn uitsluitend voor tenten. Die zijn er nu niet, dus hebben we een zee van ruimte en eigenlijk altijd keuze uit schaduw of zon. Of nog beter, zo'n heerlijke Provençaalse mengvorm van door lage zuid-Franse boompjes gefilterd zonlicht. (We zouden graag schrijven 'Mediterrane olijfbomen' of nog exotischer, maar onze botanische kennis schiet hier tekort).

Gisteren begon het behoorlijk te waaien, en afgelopen nacht regende het zelfs een beetje. Vandaag is het wat kouder. Zo lang de zon schijnt is het lekker buiten (nog steeds in korte broek overigens), maar het avondeten doen we toch maar binnen. Weten we ook weer waarom we zo'n grote camper hebben gekocht. De voorspelling is dat het vanaf morgen weer warmer wordt.

We hebben nu het zuidelijkste puntje van onze reis bereikt. Woensdag draaien we de neus van de camper noordwaarts. Donderdag hebben we met de ouders van Windy afgesproken in de Franse Alpen, in de buurt van Annecy. Ze vieren een paar weken vakantie met ons mee. Peter 'moet' maandag voor een week even tussendoor naar Mexico. Dat lijkt nu heel onwerkelijk en ver weg, maar dat is volgende week al!

maandag 21 mei 2007

Côte d’Azure, een groot contrast, maar ook leuk

Intussen zijn we op een decadente camping beland, anderhalve kilometer van de kust. We hebben uitzicht op de baai waar de luxe jachten vanuit St. Tropez (spottend met ‘èz’ uitspreken) liggen te patsen. Inderdaad, een enorm contrast met vorige nacht. Van idyllische rust is hier weinig te merken. Gelukkig is er nog wel plaats voor ons. We komen ’s middags al op tijd aan en hebben de plekken voor het uitzoeken. Het zwembad is geweldig en met temperaturen van dertig graden in het vooruitzicht is het niet verkeerd strand, zee en zwembad in de buurt te hebben. Het koelt ’s nachts lekker af, zodat een airco echt niet nodig is.

Dieuwke probeert direct contact te maken met de engelse kindjes van de overkant en blijft maar repeteren ‘my name is Dieuwke’. Maar, een kwartier later is het toch iets geworden als ‘Ai meen is Dieuwke’. Op de vraag of de andere kindjes haar verstonden, antwoordt ze dan ook met ijzeren logica: ‘Nee, want die spreken Engels.’

France Passion: een stukje Afrika in Frankrijk

Waren de afgelopen dagen al relaxed, dan is dit nog een paar versnellingen terug. De eerste kennismaking met France Passion overtreft de verwachtingen: het huis van een wijnboer op tweehonderd meter afstand, het geluid van krekels en kikkers en de typische geur van Provençaalse kruiden. In dit landschap en met deze rust waan je je zo op de Afrikaanse savannen. Er is weinig fantasie nodig om in de veilige verte een leeuw te horen brullen. Dit is ‘wild’ kamperen op zijn best.

France Passion is de organisatie waarvan we lid zijn geworden, wat ons het recht geeft bij de aangesloten boeren op het terrein te overnachten (gratis). De sfeer compenseert het ontbreken van de luxe van een toiletgebouw met een (ruime) warme douche, gelegenheid om af te wassen, normale wc’s (tegenover de chemische in de camper, of de openlucht-wc), stroom voor de koelkast en waterkoker (nu allemaal op gas), een speeltuin en een zwembad. Als we zonder kinderen waren geweest waren er waarschijnlijk nog veel nachten ‘France Passion’ gevolgd.

En ach, waarvoor heb je nu een speeltuin nodig als je op expeditie kunt, om de wilde heuveltop dertig meter van de kampeerplek te bestijgen? Met Dieuwke als doortastende expeditieleidster, die luid kwebbelend de weg wijst tussen de prikkelstruiken door. Of met Tijmen, die het voortouw neemt in een familie-project: de bouw van een stenen fort waarvoor hij voortdurend met enorme keien sjouwt, en dat na wat bouwkundige aanpassingen van zijn zuster bij uitstek geschikt is om heksen in gevangen te zetten.


Enigszins dissonerend zijn de enige andere tijdelijke bewoners van deze idyllische plek: een stel contactgestoorde Belgen in een camper tien meter naast ons, die een uur na ons aankomen, niet groeten als ze langsrijden, laat staan dat er een ‘boe-of-bah’ af kan. Hooguit een lomp ‘ha’ tegen Dieuwke, dat haar blijkbaar zo afschrikt dat ze zich niet meer in hun buurt laat zien.

Het stoplicht heeft een vrije dag

Pas op, stoplicht. ‘Que? Hier? Hoezo, waar is dat nou voor nodig? … Mmm, het stoplicht knippert slechts, geen oponthoud dus … Aiai, wel een smal straatje, even opletten met overhangende balkons, met zo’n hoge camper … Slik, waarom moeten we die enorme Hymer nu net hier tegenkomen? … Als ik hem nu daar net voor die uitstekende muur op dat stoepje zet, lukt het misschien net. Maar dan moet die Landrover niet direct achter ons gaan staan … Tsjee, wat een stuurmanskunst, die vent in die Hymer … Ik zou dat niet doen, met zo’n apparaat van bijna twee ton … In Euro’s … Die vent moet vrachtwagenchauffeur zijn, anders manoeuvreer je hem niet zo met een paar millimeter speling … Shii-iiit, nog een grote camper …Pfieuw, hij kan hem net in die nis parkeren … Goed gezien van ‘m, dan kunnen we elkaar passeren … Wat doen die godvergeten eikels van automobilisten nou, ze rijden er gewoon langs … Ja, zo staat het dus echt vast … Wat doen we nu? Hoe lang gaat dit duren? Hoeveel auto’s gaan er nog komen? ... Als die auto naast ons nu nog een paar decimeter doorrijdt, dan kunnen we er misschien net langs … Eerst een stukje achteruit ... Hoe dicht staat die landrover achter ons? … Goed idee van Windy om even uit te stappen om te kijken …Gelukkig net genoeg ruimte om de uitstekende muur voorbij te komen … Wat wil Windy nu? … Nee … Nu niet instappen, het gaat hier omhoog, ik heb net vaart, en … O nee, daar komen weer twee campers aan … Big Mama Windy, zet hem op … Ja, precies, duw ze maar terug, hup achteruit jullie, de bult op, weg wezen, nu zijn wij … Yep, stap maar in, we zijn er langs … Kijk hier staat dat andere rotte andere stoplicht niet te werken … Nou mensen, succes, vooral jullie, met die joekels van campers … Of zouden ze dat ook van ons denken, omdat er nog meer van dit soort dorpjes komen…’